2 open besluiten1414 voorstellen

Onderwerp

Opbouw en beheer van de werkervirtualisatie

Het platformcluster met OpenShift Virtualization dat per cel de virtuele werkers en virtuele servers draagt: opbouw, softwarestapel en basislijn, inrichting vanuit code, beheer, naleving en taken.

Nog niet bevestigd door een mens. Eigenaar: vdo89. Bron in de atlas

Domein
Volgt uit
Functies
Producten
Verwant

Wat het is

De werkervirtualisatie is het platformcluster van een cel met OpenShift Virtualization. Drie besturingsknooppunten besturen het cluster; vier werkerknooppunten dragen de virtuele machines: de werkers van alle applicatieclusters van de cel en, vanaf groeipadstap 3, de virtuele servers als dienst. De virtuele schijven staan op het opslagcluster van de cel, gekoppeld via Data Foundation in externe modus. De hele inrichting staat in versiebeheer, zodat de werkervirtualisatie zelf uit code te herbouwen is.

Waarom zo

Doordat werkers virtuele machines zijn, hoeft een nieuw applicatiecluster niet op eigen apparatuur te wachten en delen teams dezelfde servers. Omdat alle applicatieclusters van de cel van deze laag afhangen, ligt de nadruk van dit voorstel op beheersing: alleen vrijgegeven software en beelden, wijzigingen via versiebeheer en eerst in de leeromgeving, beperkte en opgenomen beheerrechten, en een proef met slaagcriterium voor iedere belofte.

Uitspraken

4 vastgesteld20 voorstellen

Alle 20 voorstellen vaststellen

Rol en opbouw

VastgesteldOntwerpbesluit#

Iedere cel heeft één werkervirtualisatie: een eigen platformcluster met OpenShift Virtualization dat de virtuele werkers van alle applicatieclusters van de cel draagt en virtuele machines levert. Omdat de werkers virtuele machines zijn, ontstaat en verdwijnt een applicatiecluster vanuit code en delen teams dezelfde servers; de werkervirtualisatie is zelf uit code te herbouwen.

Toelichting

Zo is er één platform voor werkers en virtuele servers. Alternatief: fysieke werkers per team. Die binden ieder cluster aan eigen servers en maken een nieuw cluster afhankelijk van vrije of nog te plaatsen apparatuur. Werkers op de bestaande vSphere-omgeving vallen ook af; die omgeving blijft wel de bron voor de verhuizing naar virtuele servers. Gevolg: alle applicatieclusters van de cel delen de werkervirtualisatie.

VastgesteldUitgangspunt#

De werkervirtualisatie van een cel heeft drie besturingsknooppunten (HPE ProLiant DL325 Gen12, 32 kernen, 768 GB geheugen) en, gescheiden daarvan, vier werkerknooppunten voor de virtuele machines (HPE ProLiant DL345 Gen12, 128 kernen en 256 threads, 1,5 TB geheugen, uit te breiden tot 6 TB).

VastgesteldUitgangspunt#

Groeipadstap 1 levert de werkervirtualisatie in cel 1 in AM4, met virtuele werkers voor clusters in het profiel ontwikkelen en beproeven. In groeipadstap 2 krijgt cel 2 in AM2 een eigen werkervirtualisatie uit dezelfde code. In groeipadstap 3 komen virtuele servers als dienst en GPU-knooppunten voor versnelde rekenkracht, en in groeipadstap 4 gebruiken de applicatieomgeving voor containers en de gespecialiseerde clusterdiensten dezelfde werkers.

Softwarestapel en basislijn

VoorstelWaarde#

De werkervirtualisatie draait OpenShift 4.22 met OpenShift Virtualization 4.22, dat met de versie van OpenShift meegaat. Data Foundation volgt de combinatie die opslagbeheer voor het opslagcluster bevestigt, en de cryptografie volgt per pad de cryptografietabel van RWS. De stapel staat in de tabel.

ProductVersieRolVoorwaarde
OpenShift Container Platform4.22, op Kubernetes 1.35Clusterplatform; agent-installatie vanaf de spiegelEven versie; verlengde ondersteuning tot 24 maanden, uit te breiden tot 36
OpenShift Virtualization4.22; pakket kubevirt-hyperconverged, kanaal stableVirtuele werkers en servers, live-migratie, exemplaarsoortenLive-migratie op de RBD-klasse in blokmodus met gedeelde toegang in externe modus is een acceptatiecriterium
Kubernetes NMState OperatorOnderdeel van OpenShift 4.22VLAN-interfaces en brugtoewijzing op de werkerknooppuntenLocalnet-netwerken op br-ex over één bundel: werking aangetoond in de leeromgeving, doorvoer bij de acceptatie
OpenShift Data Foundation in externe modus4.22, met Red Hat Ceph Storage 9.1Opslagklasse voor virtuele schijvenCombinatie gecontroleerd met de Supportability and Interoperability Checker; upgrades samen met opslagbeheer
Multicluster engine met gehoste besturing2.12, KubeVirt-platform met externe infrastructuurMaakt de virtuele werkers op de werkervirtualisatieOpenShift 4.20 tot en met 4.22 als beheer- en gastcluster; de rol op de werkervirtualisatie is een acceptatiecriterium van het clusterbeheer
OpenShift API for Data Protection1.6, op Velero 1.18, met de plug-in kubevirtBack-up van clusterobjecten en virtuele schijvenVersie 1.5 noemt OpenShift 4.22 niet
StandaardinrichtingRed Hat Advanced Cluster Management, Advanced Cluster Security, cert-manager, External Secrets Operator, Compliance Operator en File Integrity Operator, OpenShift LoggingBeheerd cluster, naleving, sensor, logdoorsturing, certificaten en geheimenUitgerold door het vlootbeheer
Servers en firmwareHPE ProLiant DL325 en DL345 Gen12 met iLO; HPE OneView 11.4Knooppunten en firmwarebasislijn per servertypeBasislijn uit het Service Pack for ProLiant, alleen ondertekende bundels
Gastbesturingssystemen, vanaf groeipadstap 3Red Hat Enterprise Linux en Windows Server, per servervariant in de opslagplaats CatalogusServervarianten van virtuele serversPer werklast geschikt bevonden; Linux-updates via de Linux-updatedienst van RWS
Toelichting

Voor de actuele versies en ondersteuningstermijnen gelden de feiten uit de publieke documentatie van de leveranciers; de levenscycluscontrole volgt ze.

VoorstelOntwerpbesluit#

De werkervirtualisatie heeft zes acceptatiecriteria, elk met een terugvaloptie; vier daarvan betreffen productfuncties waarvan de ondersteuning door de leverancier niet vastligt.

OnderwerpAcceptatiecriteriumTerugvaloptie
OndersteuningDe leverancier ondersteunt OpenShift, Virtualization en Data Foundation 4.22 met gastclusters van de multicluster engine 2.12, de tussenliggende upgradecombinaties en live-migratie op de gekozen opslagklasseDe werkervirtualisatie gaat in gebruik op de nieuwste combinatie die de leverancier wel ondersteunt, via een wijzigingsvoorstel op de softwarestapel
DoorvoerLocalnet-netwerken op br-ex halen over één bundel de doorvoertest van het datacenternetwerkDe werkerknooppunten krijgen een tweede netwerkkaart in het vrije uitbreidingsslot
Processor per profielEen processoraanvraag per machine en per NodePool naast de clusterbrede verhouding2:1 voor het hele cluster zodra reguliere productie op de werkervirtualisatie staat
SpreidingDe werkers van één NodePool worden gelijkmatig over de werkerknooppunten verdeeldDe automatisering herverdeelt ze door live-migratie, bewaakt met de meetwaarde voor spreiding
Versleuteling van migratieverkeerAl het migratieverkeer is versleuteld, zonder instelling die dat uitzetEen uitzondering met einddatum, met het migratienetwerk zonder gateway als compensatie
Scheiding op het segment voor virtuele machinesWeigerend beleid voor meervoudige netwerken werkt op localnet-netwerken, aangetoond vóór de vrijgave van virtuele servers als dienstEen eigen segment per afnemer van virtuele servers
VoorstelWaarde#

De basislijn van de werkervirtualisatie en de instellingen van de virtualisatie staan in de tabel.

OnderdeelInstellingToelichting
ClusterPlatformcluster c1-vw-01 met de functie virtualisatie; besturingsknooppunten zonder werklastInvoer zonder geheimen in clusters/c1-vw-01/ van de opslagplaats Platform
VirtualisatieHyperConverged kubevirt-hyperconverged in openshift-cnvDe instellingen hieronder staan in dat object in versiebeheer
ProcessorClusterbrede toewijzingsverhouding 4:1 per kern, ingesteld als 2 per thread; werkers en machines in reguliere en bedrijfskritische productie vragen per vCPU één thread aan, dus 2:1 per kernDe norm geldt per fysieke kern, de virtualisatie rekent per thread
GeheugenNiet overboeken: overboekingspercentage 100Circa 100 GB per werkerknooppunt voor systeem en virtualisatie
Virtuele schijvenRBD-opslagklasse ocs-external-storagecluster-ceph-rbd in blokmodus met gedeelde toegang (RWX) als standaard, voor de schijven van werkers en virtuele servers; nooit LVM StorageVoorwaarde voor live-migratie; de lokale gegevensschijven blijven ongebruikt
Live-migratieEigen netwerk op VLAN 630, als NetworkAttachmentDefinition in openshift-cnv met adressen via whereabouts, waarnaar liveMigrationConfig.network verwijst; bandwidthPerMigration 1250M, parallelOutboundMigrationsPerNode 2, parallelMigrationsPerCluster 2, completionTimeoutPerGiB 9; geen post-copyDe waarden expliciet vastleggen, niet de standaardwaarden, die verschillen tussen documentatie en upstream; bandwidthPerMigration staat in bytes per seconde, niet in bits
Beschikbaarheid van machinesevictionStrategy LiveMigrate; runStrategy Always of RerunOnFailure, voor virtuele servers AlwaysBij het leegmaken van een server verhuizen de machines; na uitval start een machine elders pas na uitsluiting van de server
ExemplaarsoortenVirtualMachineClusterInstancetype S (4 vCPU, 16 GB), M (8 vCPU, 32 GB) en L (16 vCPU, 64 GB), met voorkeuren per besturingssysteem, ook voor de NodePoolAndere maten alleen met een ontwerpbesluit
BeeldenenableCommonBootImageImport op false: alleen vrijgegeven beelden op inhoudskenmerkNodig zonder internetverbinding; het platform levert de goedgekeurde beelden zelf via de spiegel
KnooppuntnetwerkNodeNetworkConfigurationPolicy op de werkerknooppunten met bond0.620 en bond0.630 (MTU 9000) en de brugtoewijzing physnet naar br-ex; vanaf groeipadstap 3 ook bond0.660 als VTEPEén bundel per server; br-ex zelf niet wijzigen; een fout in dit beleid kan ook de verbinding via br-ex raken, dus eerst in de leeromgeving beproeven
Netwerken voor machinesClusterUserDefinedNetwork met topologie Localnet (rol Secondary, physicalNetworkName physnet), zonder IPAM: VLAN 650–652 voor virtuele servers (MTU 1500); per applicatiecluster een VLAN uit 1000–1999 en per gehost platformcluster uit 700–709 (MTU 9000), alleen in clusters-<naam>; VLAN 620 (MTU 9000) alleen in de naamruimten van clusters met volumes; VLAN 690 voor de herstelzoneAdressen uit Infoblox, geregistreerd in NetBox; de grens voor het aantal localnet-netwerken per server met één bundel wordt in de leeromgeving aangetoond
AfnemersPer applicatiecluster de infra-naamruimte clusters-<naam>; vanaf groeipadstap 3 per afnemer van virtuele servers een naamruimte met ResourceQuota, LimitRange en netwerkbeleidHet quotum uit de dienstbeschrijving begrenst de aangevraagde capaciteit bij toelating
KnooppuntenOnveranderbaar besturingssysteem, Secure Boot, schijfversleuteling met TPM2, chrony met twee bronnen, SSH alleen via de noodrouteWekelijkse compliancescan; FileIntegrity iedere 900 seconden; het rek als zonekenmerk uit de datacenterregistratie
IPsec en dienstennetwerkGeen IPsec tussen de knooppunten; machines niet in het dienstennetwerkVersleuteling per verkeerssoort

Inrichting vanuit code

VoorstelRegel#

De inrichting van de werkervirtualisatie staat volledig in de opslagplaats Platform; een handmatige wijziging wordt binnen 5 minuten gemeld en teruggezet.

Toelichting

Het nalevingsoverzicht en een detectieregel voor afwijkingen tonen het aan.

VoorstelRegel#

Een wijziging aan de werkervirtualisatie gaat met twee beoordelaars naast de auteur eerst naar de leeromgeving en dan cel na cel, vóór de gehoste clusters. Nieuw beleid gaat na een geslaagde proef van ‘melden’ naar ‘afdwingen’, en alleen tijdelijk terug: als terugvaloptie tijdens een uitrol of als uitzondering met einddatum.

Toelichting

De toets Gefaseerde uitrol met proefgroep beproeft het.

VoorstelRegel#

Machines en netwerken staan als Kubernetes-objecten in versiebeheer; de objectsoorten van de virtualisatie zijn vastgelegd als leverancierspecifieke uitbreiding.

Toelichting

Het register van ontwerpbesluiten legt die uitbreiding vast.

VoorstelRegel#

Op de werkervirtualisatie draait alleen software uit de spiegel en de containerregistry van de cel, en een machine start alleen uit een vrijgegeven beeld.

Toelichting

Een proef met niet-vrijgegeven software toont de weigering aan.

Beheer en toegang

VoorstelRegel#

Aanmelding op de werkervirtualisatie gaat via de ingebouwde OAuth-server met Red Hat build of Keycloak en meerfactoraanmelding, alleen vanaf de beheerwerkplek. Platformbeheerders lezen blijvend en wijzigen via versiebeheer; clusterbeheerrechten en foutopsporing op een knooppunt zijn een platformbrede verhoging. Iedere bevoorrechte handeling loopt via de toegangsvoorziening en de beheerwerkplek, met tijdelijke verhoging, en wordt opgenomen.

Toelichting

De toets Beheertoegang en noodtoegang beproeft het.

VoorstelRegel#

Iedere technische identiteit op de werkervirtualisatie heeft een eigenaar en alleen rechten voor haar taak in haar eigen cel. Per applicatiecluster is er één identiteit met rechten alleen in clusters-<naam>; daarnaast zijn er die van OADP en van de logverzamelaar.

Toelichting

Een negatieve proef toont aan dat de identiteit van een cluster buiten haar eigen naamruimte niets bereikt.

VoorstelOntwerpbesluit#

Geheimen van de werkervirtualisatie komen alleen uit het geheimenbeheer: de CephX-sleutels via External Secrets uit het pad platform/c1-vw-01/opslag, de infra-kubeconfig per applicatiecluster als beheerd langlevend geheim in het register. Een infra-kubeconfig wordt iedere 30 dagen vervangen, uiterlijk na 90 dagen, en die vervanging wordt zonder onderbreking beproefd. De lokale beheerder van iLO en het certificaat-kubeconfig voor noodtoegang liggen in de fysieke kluis.

Toelichting

Lukt vervanging zonder onderbreking niet, dan geldt een onderbrekingsuitzondering. Het register en een vervangingsproef tonen de naleving aan.

VoorstelUitgangspunt#

Machines bereiken de API van de werkervirtualisatie niet; SELinux in afdwingende stand scheidt hun processen, en toegangslijsten op de leaf scheiden de werkers op VLAN 620. Afnemers starten op de werkervirtualisatie nooit containers.

VoorstelRegel#

Een team heeft geen rechten op de werkervirtualisatie en wijzigt capaciteit via de dienstbeschrijving. Een afnemer van virtuele servers beheert alleen de machines in zijn eigen naamruimte; consoletoegang loopt via de beheerwerkplek, in productie met een verhoging binnen de eigen dienst, en wordt opgenomen.

Naleving, bewaking en taken

VoorstelRegel#

De werkervirtualisatie voldoet aan het baselineprofiel, met SELinux in afdwingende stand. De knooppunten worden wekelijks gescand en hun integriteit wordt ieder kwartier gecontroleerd.

Toelichting

Het nalevingsoverzicht en een detectieregel voor onverwachte wijzigingen tonen het aan.

VoorstelRegel#

Iedere server start alleen met ondertekende firmware, Secure Boot en TPM, staat binnen 30 dagen weer op de firmwarebasislijn van zijn type en neemt de tijd van twee interne bronnen. iLO is alleen bereikbaar in VLAN 600, zonder standaardaccounts; systeemschijven zijn versleuteld en een afgevoerde schijf is onleesbaar.

Toelichting

Het nalevingsoverzicht van OneView, een tijdmeting, een netwerkscan en het vernietigingsregister tonen het aan.

VoorstelRegel#

De logdoorsturing (ClusterLogForwarder) stuurt de systeemaudit van de knooppunten, de integriteitsmeldingen en de audit van de clusterbesturing versleuteld naar de SIEM van het SOC. Die audit bevat de verzoekinhoud van schrijfacties behalve geheimen, ook voor machines: starten, verhuizen, verwijderen en console. iLO en OneView sturen syslog. Het SOC bevestigt de ontvangst en bewaart een kopie buiten het bereik van platformbeheer.

Toelichting

Beheerlogboeken blijven tot groeipadstap 2 kort op de werkervirtualisatie; daarna gaan metingen en beheerlogboeken ook naar de eigen bewakingsvoorziening. Detectieregels bewaken onder meer afwijkingen van de inrichting, onverwachte wijzigingen, het gebruik van verhoogde rechten en stille logbronnen.

VoorstelWaarde#

De ingebouwde bewaking van de werkervirtualisatie meldt rechtstreeks via de meldingsroutes van het platform; het vlootbeheer haalt de samengevatte metingen op en controleert van buitenaf of de werkervirtualisatie bereikbaar is. Iedere meetwaarde in de tabel heeft een drempel, een actie en een ontvanger.

MeetwaardeDrempel of normActie en bewijs
Gezondheid van de virtualisatieHyperConverged ‘Available’ en niet ‘Degraded’Melding aan platformbeheer; geen onderhoud tot het is opgelost
Netwerkbeleid van de knooppunten‘Available’ op alle werkerknooppunten; juiste MTUMelding; de server blijft buiten gebruik tot het is opgelost
Live-migratieTen hoogste 2 seconden onderbreking en 10 minuten duur; iedere mislukte migratieMeting bij proef en onderhoud; de machine draait op precies één server
Werkerknooppunt niet gereedLanger dan 5 minutenDirecte melding aan de dienstdoende platformbeheerder; draaiboek voor uitsluiting
Processor en geheugen per knooppuntBoven 85 procent gedurende 15 minutenMelding aan platformbeheer
Gereserveerde capaciteit75, 90 en 100 procentMaandelijkse capaciteitsrapportage; actie volgens de capaciteitsdrempels
Spreiding van werkersBinnen één cluster meer dan één werker verschil tussen werkerknooppuntenMelding; herverdeling door live-migratie
Bundelbezetting60 procent per poort en richtingMelding; onder uitval beproefd
Certificaten en tijd30 en 7 dagen vóór de vervaldatum; tijdsafwijking boven 1 secondeMelding aan de eigenaar of aan platformbeheer
Naleving en integriteitWekelijkse scan; integriteitscontrole iedere 900 secondenNalevingsoverzicht; een onverwachte wijziging gaat via een detectieregel naar het SOC
FirmwareAfwijking van de basislijn ouder dan 30 dagenMelding; herstel in het onderhoudsvenster
Back-upMislukte of uitgebleven back-upMelding aan platformbeheer
VoorstelRegel#

Knooppunten, machines, segmenten en adressen staan met eigenaar in de inventaris; een verschil is binnen 1 dag zichtbaar.

Toelichting

Een verschilrapport vergelijkt Infoblox, NetBox en de clusterinventaris.

VoorstelEis#

Iedere belofte van de werkervirtualisatie heeft een proef met slaagcriterium, en ieder draaiboek is vóór productie beproefd. Vóór de ingebruikname toont cel 1 de bewijzen in de tabel.

BewijsSlaagcriterium
OpbouwZonder handmatige stap uit de opslagplaats Platform, met virtualisatie en netwerkbeleid ‘Available’; de acceptatiecriteria gehaald
Live-migratiePer server verhuist een testmachine onder belasting over VLAN 630 binnen 10 minuten, met ten hoogste 2 seconden onderbreking en een blijvend open verbinding; onderhoud van een server kost geen werker
UitvalNa uitschakelen van een werkerknooppunt blijven de applicatieclusters werken en starten de machines na uitsluiting elders, gemeten tegen de norm van 30 minuten; daarna staan de werkers weer gelijkmatig verdeeld
ScheidingEen werker bereikt geen ander segment, geen andere werker op VLAN 620 en de API van de werkervirtualisatie niet; vanuit VLAN 650 en 1000–1999 zijn VLAN 620, 621 en 630 onbereikbaar
Identiteit en quotumDe identiteit van het ene applicatiecluster kan de naamruimte van een ander niet lezen of wijzigen; een aanvraag boven het quotum wordt geweigerd
NetwerkDHCP-doorgifte op de werkersegmenten en de vaste adressen op VLAN 620 en 690 werken, gelijk in Infoblox, NetBox en de clusterinventaris; MTU 9000 van begin tot eind; één bundel haalt de doorvoertest en verzadigd opslag- en migratieverkeer houdt zijn verkeersklasse; een netwerkopname toont beide versleuteld
CapaciteitDe meting onder belasting legt processor-, geheugen- en volumebudget per knooppunt vast, met overhead en N-1-reserve
Toelichting

Cel 2 herhaalt de proeven die van haar netwerk en hardware afhangen. De werkervirtualisatie draagt daarnaast bij aan de toetsen voor uitval van het vlootbeheer, gefaseerde uitrol, herstel, herstel na een aanval, gecontroleerd bijwerken, zonecontrole en beëindiging; het bewijs staat in de opslagplaats Draaiboeken.

VoorstelRegel#

Platformbeheer is eindverantwoordelijk voor de werkervirtualisatie; tot de overdracht voert het ontwikkelteam de levenscyclustaken uit. Per locatie werkt platformbeheer het ontwerp uit in een detailontwerp met hostnamen, rekposities, adressen en VLAN-nummers. De taken zijn verdeeld zoals in de tabel.

TaakPlatformbeheerNetwerkbeheerOpslagbeheerOverige
Levenscyclus: installatie, upgrade, onderhoud en firmwareeindverantwoordelijk en uitvoerendgeïnformeerdgeraadpleegdOntwikkelteam uitvoerend tot de overdracht
Netwerkbeleid van de knooppunten en localnet-netwerkeneindverantwoordelijk en uitvoerendgeraadpleegdgeïnformeerd—
Segment en adresreeksen per gehost cluster, trunks en DHCP-doorgifteuitvoerend via het leverpadeindverantwoordelijk en uitvoerendgeïnformeerd—
Toegangslijsten op VLAN 620geraadpleegdeindverantwoordelijk en uitvoerendgeraadpleegd—
Koppeling in externe moduseindverantwoordelijk en uitvoerendgeïnformeerdgeraadpleegd; eindverantwoordelijk en uitvoerend voor de CephX-gebruikers—
Infra-naamruimte per applicatieclustereindverantwoordelijk en uitvoerendgeïnformeerdgeïnformeerdApplicatieteam geïnformeerd
Capaciteit, reserve en uitbreidingeindverantwoordelijk en uitvoerendgeraadpleegdgeraadpleegdProductverantwoordelijke geraadpleegd
Uitsluiting en herstart na serveruitvaleindverantwoordelijk en uitvoerendgeïnformeerdgeïnformeerdSOC geïnformeerd
Virtuele servers: besturingssysteem en back-upeindverantwoordelijk en uitvoerend voor besturingssysteem en OADPgeïnformeerdgeïnformeerdApplicatieteam uitvoerend voor de toepassing; back-upbeheer eindverantwoordelijk en uitvoerend voor Cohesity
Certificaten van API en inganguitvoerendgeïnformeerdgeïnformeerdPKI-beheer eindverantwoordelijk
Audit- en beveiligingslogboekenuitvoerendgeïnformeerdgeïnformeerdSOC eindverantwoordelijk voor de ontvangst; CISO-functie geraadpleegd
Uitzonderingen en rollenuitvoerendgeraadpleegdgeraadpleegdCISO-functie eindverantwoordelijk voor uitzonderingen; identiteitsbeheer eindverantwoordelijk en uitvoerend voor rollen
VoorstelRegel#

Voor de werkervirtualisatie bestaan de draaiboeken in de tabel, in de opslagplaats Draaiboeken; primaire en plaatsvervangende beheerders voeren ze vóór de overdracht zelf uit.

DraaiboekHandeling op hoofdlijnenEigenaarBeproeving
UitrolInstallatie vanaf de spiegel, virtualisatie, netwerken, opslagkoppeling, exemplaarsoorten, live-migratieproef per serverOntwikkelteam, daarna platformbeheerLeeromgeving; oplevering; opbouwproef
Versie-upgradeIn de vaste upgradevolgorde; knooppunt voor knooppunt na ontruimingPlatformbeheer met opslagbeheerLeeromgeving; updateproef
Onderhoud en firmwareCapaciteit controleren, machines verhuizen, basislijn via het serverprofiel; één server tegelijkPlatformbeheerIeder kwartaal
Uitbreiding en vervangingRegistratie, basislijn, netwerkbeleid, trunk, capaciteitsgrenzen; bij vervanging eerst leegmakenPlatformbeheer met netwerkbeheerOplevering; bij iedere uitbreiding
Uitval van een werkerknooppuntServer via iLO uitschakelen en controleren, knooppunt ‘out-of-service’, herstart elders, controle op één exemplaar per machineDienstdoende platformbeheerderUitvalproef bij de oplevering; ieder half jaar
Infra-naamruimteAanmaken en verwijderen via het leverpad; negatieve proef van de identiteitPlatformbeheerLeverproef; beëindigingsproef
Sleutels en certificatenInfra-kubeconfig na 30 dagen vervangen; CephX-sleutels na een incident; certificaten van API en ingang; iLO-accountsPlatformbeheer met PKI-beheerIeder half jaar; vervangingsproef
Herstel van de werkervirtualisatieHerbouw uit de opslagplaats Platform met configuratiedatabase en clusterobjecten; werkers opnieuw uit de NodePoolsPlatformbeheerOpbouwproef ieder half jaar
Herstel van een virtuele serverKopie uit de objectopslag van de cel of uit Cohesity, controle in de herstelomgeving, terugzetten met OADPPlatformbeheer met back-upbeheerHerstelproef per kwartaal, vanaf groeipadstap 3
IncidentMachine stoppen of van haar netwerk halen, momentopname voor onderzoek; een aangetast knooppunt uit de vloot halen en opnieuw installerenPlatformbeheer met het SOCAanvalssimulatie ieder jaar
Capaciteitsactie en beëindigingActie bij 75 en 90 procent; na beëindiging geen object van het cluster meer op de werkervirtualisatiePlatformbeheerMaandelijks; beëindigingsproef

Verwijzen hiernaar

Onderwerpen 5