Cluster
Werkervirtualisatie
Rust op Vijf soorten platformclusters met elk een eigen kerntaak. Bevestigd door vdo89 op 27 september 2026. Bron in de atlas
- Bereik
- cel
- Capaciteit
- Circa 4 TB geheugen voor virtuele werkers en virtuele machines bij één werkerknooppunt in reserve: ongeveer 130 virtuele werkers van maat M
Hardware
Kerntaak
Rekenkracht voor de toepassingen.
Bereik
Per cel; fysieke werkers zijn een variant.
Wat erop draait
Virtuele werkers en Virtuele servers als dienst, per cluster in een eigen netwerk.
Waarom apart
De rekenkracht voor toepassingen groeit los van hun besturing. De virtualisatie valt onder dezelfde platformregels voor software, updates, back-up en herbouw uit code.
Afweging
De standaard werkt met virtuele werkers; fysieke werkers blijven een variant. Onderhoud aan deze laag vraagt ook een proef met de afhankelijke applicatieclusters.
Apparatuur
Het geheugen bepaalt de capaciteit, tenzij de CPU-verhouding van het dienstprofiel (per fysieke kern) eerder begrenst.
Rekenregel
Vier werkerknooppunten, met de capaciteit van één als reserve: 3 × (1,5 TB − circa 100 GB voor systeem en virtualisatie) ≈ 4,2 TB geheugen. Zonder overboeking van geheugen zijn dat ongeveer 130 virtuele werkers van maat M (32 GB) of 65 van maat L, exclusief de overhead per virtuele machine. De processor telt per fysieke kern (128 per knooppunt, niet de 256 threads): bij 4:1 (ontwikkelen en beproeven) is dat 3 × 128 × 4 = 1.536 vCPU, ruim boven de 1.040 vCPU van 130 werkers M; bij 2:1 (reguliere productie) 3 × 128 × 2 = 768 vCPU, genoeg voor circa 96 werkers M. In reguliere productie begrenst dus de processor, niet het geheugen.