Besluit 14 · architectuur
Hardware van de eerste levering
De eerste levering gebruikt vier servertypen van dezelfde generatie (HPE ProLiant DL325 en DL345 Gen12) en een vaste apparatuur per cluster.
Aanvaard28 september 2026Besloten door vdo89
Uitspraken die op dit besluit wachten
Context en probleemstelling
De clusters vragen verschillende apparatuur: compacte besturing, veel rekenkracht, veel opslag en later versnellers. Eén generatie en één beheerwijze houden firmware en installatie eenvoudig.
Besluit
- Er zijn vier servertypen: het besturingsknooppunt (HPE ProLiant DL325 Gen12, 1U), het werkerknooppunt, het opslagknooppunt en het GPU-knooppunt (HPE ProLiant DL345 Gen12, 2U). Ze delen servermanagement, systeemschijven en generatie, met een firmwarebasislijn per servertype.
- Per cluster ligt de apparatuur vast: drie besturingsknooppunten voor het vlootbeheer en voor het basisdienstencluster; drie besturings- en drie werkerknooppunten plus een koude reserve voor het clusterbeheer; drie besturings- en vier werkerknooppunten voor de werkervirtualisatie; acht opslagknooppunten, twee per rek, voor het opslagcluster.
- GPU-knooppunten komen in groeipadstap 3 als eigen groep werkerknooppunten in de werkervirtualisatie.
Gevolgen
- De 28 servers voor het vlootbeheer en cel 1 vragen 44 hoogte-eenheden in vier rekken naast de netwerkapparatuur. De voedingen leveren ruim 34 kW, tegen een geschat verbruik van rond 22 kW bij vollast en rond 15 kW in normaal gebruik.