2 open besluiten1414 voorstellen

Onderwerp

Segmenten, adressen en aansluitingen

Hoe de fabric verkeer scheidt in segmenten, welke VLAN’s, VNI’s en adresreeksen daarbij horen, hoe servers en clusters aansluiten, en waar adressen en namen worden toegewezen en geregistreerd.

Nog niet bevestigd door een mens. Eigenaar: vdo89. Bron in de atlas

Domein
Volgt uit
Functies
Producten
Verwant

Wat het is

De fabric scheidt verkeer in segmenten: VLAN’s op de bundels van de servers, gekoppeld aan VXLAN-segmenten en routeringsdomeinen. Dit onderwerp legt het segmentplan met zijn VNI’s en adresreeksen vast, de aansluitprofielen van de servers, de manieren waarop clusters op de fabric aansluiten, en de registratie waaruit adressen en namen komen.

Waarom zo

Iedere verkeerssoort en iedere zone een eigen segment of routeringsdomein geven maakt de scheiding controleerbaar en voorspelbaar. Opslag en migratie staan zonder gateway apart, omdat hun verkeer groot en gevoelig is; toegangslijsten sluiten de gaten die een segment zonder gateway openlaat.

Adressen en segmenten komen uit de registratie en niet uit de hand, zodat de automatisering, de zonecontrole en de fabriccontroller dezelfde bron lezen. De concrete reeksen, VLAN’s en VNI’s zijn toewijzingsregels van het voorstel; het definitieve subnet komt altijd uit de registratie.

Uitspraken

1 vastgesteld22 voorstellen

Alle 22 voorstellen vaststellen

Scheiding in lagen

VoorstelMaatregel#

Beheer, opslag, live-migratie en applicatieverkeer lopen over gescheiden netwerken: per verkeerssoort een eigen VLAN op één bundel, per zone een eigen routeringsdomein, opslag- en migratienetwerken zonder gateway, en geen route tussen opslag- en applicatienetwerken. Alleen het apparatuurbeheer is ook fysiek gescheiden, op een eigen poort op de beheer-leaf.

Toelichting

Controle: de netwerktests bij oplevering, ook op doorgifte via knooppunten met aansluitingen op meerdere netwerken; negatieve proeven op de primaire en de secundaire interface bij de acceptatie; de dagelijkse controle van de configuratienaleving door de fabriccontroller; en een maandelijkse vergelijking van de netwerkconfiguratie van de knooppunten met de registratie.

VoorstelRegel#

De opslagnetwerken volgen het opslagontwerp: het opslagclientnetwerk (VLAN 620) en het interne opslagnetwerk (VLAN 621) zijn nooit gerouteerd en hebben MTU 9000 van begin tot eind; de objecttoegang (VLAN 622) is gerouteerd. Er is geen route tussen applicatie- en opslagnetwerken.

Toelichting

Het domein opslag en foutdomeinen legt dit vast voor het opslagcluster; het datacenternetwerk voert het uit.

VoorstelMaatregel#

Een segment zonder gateway isoleert op zichzelf niet. Daarom laten toegangslijsten op de leaf in het opslagclientnetwerk alleen verkeer naar de opslagknooppunten en de objectgateways toe, niet tussen werkers onderling. Dat netwerk is per cel een /22 uit Infoblox, geregistreerd in NetBox, want een /24 is te klein; iedere werker krijgt er een statisch adres uit een reeks per cluster, vastgelegd in de clusterdefinitie, zonder DHCP. Alleen werkers van clusters met directe opslagtoegang, buiten de herstelzone, krijgen er een secundaire interface.

Toelichting

Een secundaire interface valt buiten het netwerkbeleid van het cluster; de toegangslijsten op de leaf zijn daar de grens.

Segmentplan

VoorstelRegel#

Het VLAN-nummer van een segment is in beide cellen gelijk. Het L2-VNI is 10.000 plus het VLAN-nummer, behalve bij het EVPN-koppelvlak en de netwerken vanuit clusters; L3-VNI’s horen bij routeringsdomeinen, niet bij afzonderlijke subnetten.

VoorstelWaarde#

De segmenten van de fabric met hun VLAN, L2-VNI, routeringsdomein en adresreeks per cel.

SegmentVLANL2-VNIRouteringsdomeinCel 1 (AM4)Cel 2 (AM2)Gateway
Apparatuurbeheer60010600vrf-beheer10.61.0.0/2410.62.0.0/24Ja
Platformbeheer61010610vrf-platform10.61.10.0/2410.62.10.0/24Ja
Opslag, toegang62010620geen (laag 2)/22 uit Infoblox/22 uit InfobloxNee
Opslag, intern62110621geen (laag 2)10.61.21.0/2410.62.21.0/24Nee
Objecttoegang62210622vrf-platform10.61.22.0/2410.62.22.0/24Ja
Live-migratie63010630geen (laag 2)10.61.30.0/2410.62.30.0/24Nee
Ingangszone64010640vrf-ingang10.61.40.0/2410.62.40.0/24Ja
Virtuele machines, ontwikkelen en beproeven65010650vrf-afn-ontwikkelen10.61.50.0/2310.62.50.0/23Ja
Virtuele machines, reguliere productie65110651vrf-afn-regulier10.61.52.0/2310.62.52.0/23Ja
Virtuele machines, bedrijfskritische productie65210652vrf-afn-bedrijfskritisch10.61.54.0/2310.62.54.0/23Ja
EVPN-koppelvlak660—onderlaag (standaard-VRF)10.61.60.0/2410.62.60.0/24Ja
Herstel69010690vrf-herstel10.61.90.0/2410.62.90.0/24Ja
Werkers per applicatiecluster, ontwikkelen en beproeven1000–149911000–11499vrf-afn-ontwikkelen/26 per cluster uit 10.64.0.0/15/26 per cluster uit 10.68.0.0/15Ja
Werkers per applicatiecluster, reguliere productie1500–189911500–11899vrf-afn-regulier/26 per cluster uit 10.66.0.0/16/26 per cluster uit 10.70.0.0/16Ja
Werkers per applicatiecluster, bedrijfskritische productie1900–199911900–11999vrf-afn-bedrijfskritisch/26 per cluster uit 10.67.0.0/17/26 per cluster uit 10.71.0.0/17Ja
Werkers per gehost platformcluster700–70910700–10709vrf-platform/26 per cluster uit de platformreeks 10.61.100.0/22/26 per cluster uit de platformreeks 10.62.100.0/22Ja
Netwerken vanuit clusters (EVPN)—20000–29999VRF van de zoneUit de registratieUit de registratieVolgens de declaratie
Toelichting

De rijen voor de opslagnetwerken volgen het opslagontwerp; zie de opslagnetwerken.

VoorstelRegel#

De reeksen in het segmentplan zijn toewijzingsregels, geen actuele configuratie: het definitieve subnet komt uit de registratie. Voor een netwerk vanuit een cluster volgen het concrete routeringsdomein en de adressen de goedgekeurde declaratie en registratie; ieder ander afzonderlijk segment volgt de registratie.

VoorstelOntwerpbesluit#

Gehoste clusters met een platformfunctie, zoals het bouwcluster, het portaalcluster en later het besturingscluster van het dienstennetwerk, staan niet in een afnemerszone maar in het platformdomein, elk met een eigen segment uit VLAN 700–709 en een /26 uit de platformreeks. Hun adressen komen, zoals bij afnemers, via DHCP-doorgifte naar Infoblox.

VoorstelWaarde#

Ieder werker-VLAN van een applicatiecluster heeft een /26 in het routeringsdomein van zijn dienstprofiel. Werkers, het ingangsadres en de databaseadressen van het cluster delen die /26, en zij is de bron van de uitgaande verbindingen van het cluster: filterregels op de firewall noemen die clusterreeks als bron.

VoorstelWaarde#

De vaste adressen, VLAN’s en AS-nummers van de fabric zelf.

OnderdeelWaardeToelichting
Router-id (loopback0)cel 1: 10.60.0.0/24; cel 2: 10.60.2.0/24Eén adres per switch.
VTEP-adres (loopback1)cel 1: 10.60.1.0/24; cel 2: 10.60.3.0/24Eén adres per switch; de overlay gebruikt van de onderlaag alleen deze adressen.
AS van de overlay (iBGP EVPN)cel 1: 65101; cel 2: 65102Eén AS per cel; route targets volgen uit AS en VNI.
AS van het firewallcluster65199eBGP met de VRF op de border leaves.
Koppelvlak-VLAN’s naar de firewall3901–3911Eén subinterface per routeringsdomein; de onderlaag heeft er geen.
AS van clusters met route-aankondiging65120–65129Eén AS per fysiek cluster, met per leaf een eigen peeringadres in VLAN 610.
Anycast-gateway-MAC0200.0000.0101Gelijk in beide cellen.

Aansluitingen

VoorstelWaarde#

Iedere server hangt met één LACP-bundel aan het leaf-paar van zijn rek; zijn rol bepaalt welke VLAN’s op de trunk staan, met VLAN 610 ongetagd.

Servertype en rolPoortenVLAN's op de trunk
Besturingsknooppunt van vlootbeheer, basisdienstencluster, clusterbeheer en werkervirtualisatie2 × 100 Gb610; het basisdienstencluster daarnaast 600 (beheerservers van de beheerwerkplek als virtuele machine), 620 (opslag), 640 (verkeersverdeling als virtuele machine) en 660 (EVPN-koppelvlak); het vlootbeheer daarnaast 620
Werkerknooppunt van het clusterbeheer2 × 100 Gb610 en 622 (objecttoegang, voor back-ups naar de objectopslag)
Werkerknooppunt van de werkervirtualisatie2 × 100 Gb610, 620, 630, 650–652, 660, 690 (clusters in de herstelzone), de reeks 700–709 van de gehoste platformclusters en de reeks 1000–1999 van de applicatieclusters in de cel, automatisch bijgewerkt per cluster
GPU-knooppunt2 × 100 GbAls het werkerknooppunt van de werkervirtualisatie
Opslagknooppunt2 × 400 Gb610, 620, 621 en 622
Firewall2 × 100 Gb per lid, op de border leavesEén subinterface per routeringsdomein
Servermanagement (iLO) en switchbeheer1 Gb koper op de beheer-leaf600, ongetagd
VoorstelWerking#

Ieder applicatiecluster heeft een eigen netwerk. De automatisering maakt bij het aanmaken van het cluster een segment aan in het routeringsdomein van het dienstprofiel, met anycast-gateway en DHCP-doorgifte naar Infoblox, op de bundels van alle werkerknooppunten van de werkervirtualisatie in de cel, en verwijdert het bij beëindiging. Het leverpad gebruikt daarvoor dezelfde keten als iedere wijziging van de fabric: registratie, een wijzigingsvoorstel dat onder vaste voorwaarden automatisch wordt samengevoegd, uitrol op de leaves en nacontrole. Het segment is binnen 15 minuten gereed en laat na beëindiging geen restanten achter; de beleidstoetsing weigert een VLAN of reeks buiten het profiel.

Toelichting

Het cluster gebruikt het segment als localnet-netwerk. De fabric draagt ten hoogste 1.000 clustersegmenten per cel binnen de reeks van de werkersegmenten; de leverancier heeft tot 3.500 localnet-netwerken op één cluster beproefd, met een tweede netwerkkaart per knooppunt.

Aansluiting van clusters

VoorstelWaarde#

De clusters gebruiken de fabric in patronen die van licht naar steeds dieper geïntegreerd lopen.

PatroonInrichtingFase en voorwaarden
Segment per applicatieclusterHet platform legt het segment aan in het routeringsdomein van het dienstprofiel (voor een gehost platformcluster in het platformdomein, uit VLAN 700–709), en de werkers gebruiken het als localnet-netwerk.Eerste levering, bij de clusterintegratie.
Route-aankondiging via BGPFysieke clusters (vlootbeheer, clusterbeheer, werkervirtualisatie en basisdienstencluster): FRR-K8s zet per knooppunt BGP-sessies op met de twee leaves van het rek, met per leaf een eigen peeringadres in VLAN 610, omdat één anycast-adres geen twee sessies draagt. De leaves accepteren alleen reeksen uit de registratie (prefixlijst en maximum aantal prefixen) en verspreiden ze als EVPN type 5-routes in het platformdomein. Eerst voor de adressen van MetalLB (BGP-modus in plaats van laag 2), daarna voor de subnetten van gedeclareerde netwerken (RouteAdvertisements).In de fase van route-aankondiging en EVPN vanuit clusters. Algemeen beschikbaar op fysieke clusters; niet met EgressIP in laag 2-netwerken en niet bij gehoste besturing.
EVPN vanuit clustersOp de werkervirtualisatie en het basisdienstencluster per knooppunt een tunneleindpunt in VLAN 660 in de onderlaag, een FRRConfiguration met de leaves als EVPN-buren en per gedeclareerd netwerk een ClusterUserDefinedNetwork met transport EVPN en een VNI uit 20000–29999; de fabric kent hetzelfde VNI als L2-VNI in het routeringsdomein van de zone.In dezelfde fase, na een proef in de leeromgeving of een VLAN-interface op de bundel als tunneleindpunt volstaat en de tunneleindpunten van het cluster de leaves in de onderlaag bereiken. Algemeen beschikbaar in OpenShift 4.22. Een doorgetrokken laag 2-verband alleen binnen één cel.
Eigen routeringsdomein voor een afnemer (VRF-lite)Het applicatiecluster krijgt op de leaves een eigen VRF en per VRF een aparte BGP-sessie vanuit FRR-K8s, alleen als de dienstbeschrijving dat vereist, bijvoorbeeld bij een eigen adresplan.Bij de fabric van cel 2; een gedocumenteerd patroon, geen onderdeel van de eerste levering.
Gehoste clustersVirtuele werkers hebben geen rol in BGP of EVPN; hun netwerken zijn de segmenten van het segmentplan, aangelegd door het platform.Eerste levering.
VoorstelOntwerpbesluit#

De eerste levering gebruikt alleen het segment per applicatiecluster. Route-aankondiging, EVPN vanuit clusters en een eigen routeringsdomein per afnemer volgen de routekaart, ieder na een proef in de leeromgeving; bij de acceptatie van de fase bevestigt de leverancier de ondersteuning.

VoorstelOntwerpbesluit#

Met route-aankondiging melden fysieke clusters hun dienstadressen en gedeclareerde netwerken zelf aan de leaves van hun rek, met een filter dat alleen geregistreerde reeksen toelaat. Dat vervangt de aankondiging via laag 2, waarbij al het verkeer voor een dienstadres via één werker loopt: werkers in meerdere rekken kondigen het adres dan tegelijk aan en het verkeer wordt verdeeld. Tot die fase werkt MetalLB in laag 2-modus.

Toelichting

Zo worden dienstadressen onafhankelijk van één rek en hangt het platform minder af van aankondiging via laag 2.

VoorstelOntwerpbesluit#

EVPN vanuit clusters is de variant voor de migratie van bestaande toepassingen: een fysiek cluster neemt zelf deel aan de overlay en laat een bestaand netwerkverband tot in het cluster doorlopen, zodat een toepassing kan verhuizen zonder van adres te veranderen. Het werkt niet samen met IPsec of EgressIP, en een doorgetrokken laag 2-verband blijft binnen één cel.

VoorstelMaatregel#

Tunneleindpunten van clusters die zelf EVPN spreken, staan in de onderlaag (VLAN 660) en bereiken de leaves rechtstreeks, niet via de firewall. Hun sessies zijn beperkt tot BGP, BFD en VXLAN met vastgelegde buren en geregistreerde reeksen: het prefixfilter weigert een niet-geregistreerde reeks en de fabric een niet-geregistreerd VNI. In de onderlaag krijgt alleen het besturingsverkeer de beschermde verkeersklasse, niet het hele segment van de tunneleindpunten.

Registratie

VoorstelWaarde#

De datacenterregistratie draait NetBox 4.7.1 in eigen beheer, via de community-Helm-chart met een vastgezette beeldversie, met PostgreSQL 15 of hoger (met ltree) op CloudNativePG en Valkey of Redis 6 of hoger. Aanmelding loopt via OIDC met Keycloak, iedere automatiseringsidentiteit heeft een eigen API-token en er is een dagelijkse back-up. De Ansible-collectie netbox.netbox wordt tegen 4.7 aangetoond in de leeromgeving; anders gebruikt de automatisering de API rechtstreeks.

Toelichting

NetBox kent ook de zone van iedere adresreeks; de zonecontrole leidt daaruit de zones af.

VoorstelRegel#

Adressen, namen, regelset en profielen per cel staan alleen in het detailontwerp per cel en in de registratie, zodat de gegevens per locatie op één plek staan.

Toelichting

Eigenaar: netwerkbeheer, met platformbeheer.

Adresfamilie

VoorstelOntwerpbesluit#

Het adresplan van de eerste levering is IPv4. In groeipadstap 3 krijgen alleen het ingangssegment met de virtuele adressen van de externe verkeersverdeling, de koppeling met het RWS-netwerk en de zoneregels van extern naar ingang IPv6 naast IPv4; naar achteren en binnen het platform blijft het verkeer IPv4. De clusters blijven IPv4, zodat de afsluitende IPv4-regel van de EgressFirewall volstaat.

Toelichting

De verkeersverdeling biedt dan virtuele adressen in beide families en gaat naar achteren over IPv4.

VoorstelOntwerpbesluit#

Een koppeling naar een bestemming met alleen IPv6 vertaalt het firewallcluster aan de rand (NAT46), aangetoond met de testset van de fabric in de fase van route-aankondiging en EVPN vanuit clusters. De terugvaloptie is een IPv4-adres aan de kant van de bron.

Verwijzen hiernaar

Onderwerpen 2