1 open besluit1414 voorstellen

Onderwerp

Het datacenternetwerk van een cel

Iedere cel krijgt een eigen fabric op EVPN en VXLAN, met Cisco Nexus 9000-switches in NX-OS-modus en Nexus Dashboard als fabriccontroller. De fabric is dubbel uitgevoerd, wordt als code beheerd en met een vaste testset beproefd.

Nog niet bevestigd door een mens. Eigenaar: vdo89. Bron in de atlas

Domein
Volgt uit
Functies
Producten
Verwant

Wat het is

Iedere cel heeft een eigen datacenternetwerk: een fabric van toegangsswitches in ieder rek, verdeelswitches en border leaves, met daaroverheen de virtuele netwerken van EVPN en VXLAN. Netwerkbeheer bouwt en beheert haar; de datacenterregistratie is de bron, en een pijplijn rolt iedere wijziging uit en controleert haar.

Dit onderwerp beschrijft de opbouw, de protocollen, het verkeersbeleid, de automatisering, de testset en de bewaking van de fabric. De segmenten en adressen staan in Segmenten, adressen en aansluitingen, de koppeling tussen de cellen in Verkeer tussen de cellen en de overgang.

Waarom zo

Een eigen fabric per cel houdt een netwerkstoring binnen één cel, zodat iedere cel zelfstandig werkt en herstelt. Open standaarden verminderen de binding aan één leverancier en maken het oude netwerk met centrale beleidsbesturing afbouwbaar.

Het voorstel kiest overal voor eenvoudige, gangbare protocollen, dubbele paden en een fabric die als code wordt beheerd en met een vaste testset wordt beproefd: zo is iedere wijziging herhaalbaar en bewijsbaar. De afgewezen alternatieven staan bij de uitspraken.

Uitspraken

1 vastgesteld27 voorstellen

Alle 27 voorstellen vaststellen

Opbouw van de fabric

VastgesteldOntwerpbesluit#

Iedere beheercel krijgt een eigen datacenternetwerk: een fabric op de open standaarden EVPN en VXLAN, met Cisco Nexus 9000-switches in NX-OS-modus en Cisco Nexus Dashboard als fabriccontroller, met eigen besturing en een eigen adresplan. Beheercel 1 in AM4 krijgt haar als eerste; AM2 blijft tot de overgang op het oude netwerk met Cisco ACI, dat daarna wordt afgebouwd.

Toelichting

Netwerkbeheer bouwt en beheert de fabric; zij is een randvoorwaarde voor iedere groeipadstap. De open protocollen verminderen de binding aan de leverancier; de configuratie van NX-OS en de fabriccontroller blijft leveranciersgebonden. Afgewezen alternatieven: het bestaande ACI-netwerk voortzetten, een gesloten beleidsmodel dat wordt afgebouwd; of een klassiek laag-2-netwerk met VLAN’s en spanning-tree, dat scheiding per zone en een segment per cluster alleen biedt met grote laag-2-domeinen over alle rekken, geblokkeerde verbindingen en meer risico op lussen.

VoorstelWerking#

De fabric bestaat uit toegangsswitches in ieder rek (leaves), onderling verbonden via verdeelswitches (spines), met aparte border leaves voor de firewalls en de koppelingen naar buiten de cel. Het gerouteerde fysieke netwerk tussen de switches is de onderlaag; daaroverheen lopen de virtuele netwerken, de overlay.

VoorstelOntwerpbesluit#

Alles is dubbel uitgevoerd: twee spines, twee leaves per rek en twee border leaves. Iedere server, firewall en koppeling hangt met een bundel aan een leaf-paar met EVPN-multihoming (ESI-LAG), zonder directe verbinding tussen de twee leaves. Uitval van één kabel, poort of switch mag geen verbinding onderbreken; de testset meet de omschakeltijd.

Toelichting

Behalve bij opslagknooppunten zitten beide poorten van de bundel op één netwerkkaart: een benoemd restrisico. Afgewezen: servers aan één leaf, waarbij uitval van de leaf het rek stillegt, en leveranciersgebonden paarvorming van leaves, met een directe verbinding tussen de leaves, extra kabels en poorten per rek of afhankelijkheid van het beheernetwerk, en configuratie buiten de open standaard.

VoorstelWaarde#

De fabric van een cel bestaat, uitgaande van vier rekken, uit switches van de GX2-generatie uit de huidige inventaris van RWS.

OnderdeelTypeAantalFunctie en poortgebruik
SpineCisco Nexus 9364D-GX2A (64 × 400 Gb QSFP-DD, 2U)2Verbindt alle leaves, elk met één verbinding per spine: 400 Gb voor access en border leaves, 100 Gb voor beheer-leaves. Route reflector voor EVPN; geen servers.
Access leafCisco Nexus 9332D-GX2B (32 × 400 Gb QSFP-DD, 1U)2 per rekServers op 100 Gb (een 400 Gb-poort in vier opgesplitst), opslagknooppunten rechtstreeks op 400 Gb; uplinks 2 × 400 Gb. Bij vijf servers en twee opslagknooppunten per rek zijn per leaf 6 van de 32 poorten in gebruik: 2 opgesplitste poorten (8 × 100 Gb, waarvan 5 benut), 2 poorten van 400 Gb en 2 uplinks; de rest is vrij voor groei.
Beheer-leafCisco Nexus 9348GC-FXP (48 × 1 Gb koper, 4 × 25 Gb, 2 × 100 Gb)1 per rekServermanagement (iLO), beheerpoorten van de switches en beheer van netwerkapparatuur in VLAN 600; uplinks 2 × 100 Gb naar de spines.
Border leafCisco Nexus 9332D-GX2B2Firewalls, koppeling met het RWS-netwerk en de proxy, de overgangskoppeling met het oude netwerk in AM2, en border gateway voor de koppeling met de andere beheercel.
VoorstelOntwerpbesluit#

Alle switches van een cel draaien één versie van NX-OS: 10.6(4)M, een onderhoudsrelease van de 10.6-lijn; terugvaloptie is de door Cisco aanbevolen release, nu 10.5(5)M. De fabriccontroller is Nexus Dashboard 4.2.1 met de fabriccontroller, als cluster van drie fysieke knooppunten of als virtueel cluster met datanodes; versie 4.3.1 volgt zodra de Ansible-collectie cisco.dcnm haar ondersteunt. Per switchmodel bevestigt de leverancier dat de release de gebruikte functies ondersteunt, zoals het opsplitsen van poorten, EVPN-multihoming, MACsec en Multi-Site, bij de acceptatie van de fase waarin de functie wordt ingezet.

Toelichting

De versiekeuze wordt vastgelegd in de ontwerpfase, met de proef in de leeromgeving. De switchsoftware volgt een basislijn, zoals de firmwarebasislijn van de servers. Sinds Nexus Dashboard 4.3.1 is een virtueel cluster ‘app large’ niet meer mogelijk voor nieuwe installaties. Voor actuele versies en ondersteuningstermijnen gelden de feiten uit de publieke documentatie van Cisco.

VoorstelWaarde#

Per leaf is de bandbreedte naar de servers 5 × 100 Gb plus 2 × 400 Gb, samen 1,3 Tb, tegenover 0,8 Tb aan uplinks: tussen rekken afgerond 1,6 : 1. Binnen een rek schakelt de leaf lokaal, zodat opslagverkeer binnen het rek de uplinks niet raakt. Zolang een spine uitvalt, verdubbelt de verhouding.

Toelichting

Een derde opslagknooppunt per rek brengt de verhouding op afgerond 2,1 : 1; iedere leaf krijgt dan twee extra uplinks (4 × 400 Gb), waarvoor leaves en spines poorten over hebben. Vier spines zijn naar deze raming pas nodig bij meer dan acht rekken; netwerkbeheer toetst dat aan het poortbudget en de gemeten belasting.

VoorstelOntwerpbesluit#

Er is bewust één beheer-leaf per rek, voor servermanagement, de beheerpoorten van de switches en het beheer van de netwerkapparatuur. Zij deelt de spines met het datapad, zodat het beheerpad niet volledig onafhankelijk is van de fabric; ook de fabriccontroller is langs die weg bereikbaar. Uitval raakt het apparatuurbeheer van het rek, niet rechtstreeks de dienstverlening. Dat is een vastgelegd restrisico.

Onderlaag en overlay

VoorstelWaarde#

De parameters van onderlaag en overlay vormen de basis van het detailontwerp per cel. De adressen en AS-nummers staan in het adresplan van de fabric.

OnderdeelKeuzeToelichting
OnderlaagOSPF, gebied 0, point-to-point-verbindingen zonder eigen adres (via loopback0), BFD op iedere verbinding, ECMP over beide spinesEenvoudig en snel convergerend; geen multicast in de onderlaag.
Loopbacksloopback0 als router-id; loopback1 als VTEP-adres, per switch een eigen adresDe overlay gebruikt van de onderlaag alleen de VTEP-adressen.
OverlayiBGP L2VPN EVPN met één AS per cel, spines als route reflectors, BFD; route distinguisher automatisch per switch (uit router-id en VLAN of VRF), route targets automatisch uit AS en VNIStandaard EVPN. De BGP-sessies met de firewall en met de clusters zijn apart ingericht.
EncapsulatieVXLAN (UDP 4789) met VNI’s volgens het segmentplan; MTU 9216 in de onderlaag, zodat segmenten met MTU 9000 passenVXLAN over IPv4 voegt 50 bytes toe. Tunneleindpunten fragmenteren niet, dus iedere schakel moet het grote pakket dragen; de testset beproeft de MTU per pad.
Onbekend en broadcastverkeerIngress replication; ARP- en ND-onderdrukking op ieder segment met gatewayBeperkt broadcastverkeer; per segment uit te schakelen waar een toepassing dat eist, geregistreerd als afwijking.
GatewayGedistribueerde anycast-gateway op alle leaves voor ieder gerouteerd segment; symmetrische IRB met een L3-VNI per routeringsdomein; dezelfde anycast-gateway-MAC in beide cellenEen virtuele machine houdt bij verhuizing dezelfde gateway.
MultihomingEVPN-multihoming (ESI-LAG) op het leaf-paar van ieder rek: één Ethernet-segment per bundel, LACP snel, een eigen VTEP-adres per leaf; geen directe verbinding tussen de twee leavesServers en opslagknooppunten met een LACP-bundel aan het leaf-paar van hun rek, firewalls aan de twee border leaves.
ServerpoortenTrunk met VLAN 610 ongetagd en de VLAN’s per rol; spanning-tree edge; storm control op broadcast en unknown unicast (1 procent)Geen spanning-tree tussen fabric en servers; een lus op een server raakt alleen die poort.
ConvergentieBFD 300 ms × 3 op onderlaag en overlay; norm voor de omschakeling na verlies van een leaf, spine of kabel: onder 1 secondeBFD bepaalt alleen de detectietijd; omschakeling en herstel van toepassingen duren langer en worden apart gemeten.
VoorstelOntwerpbesluit#

De onderlaag gebruikt OSPF en de overlay iBGP met EVPN, met de spines als route reflectors: twee eenvoudige, goed begrepen protocollen met elk één taak. Met de spines als enige EVPN-buren vraagt een nieuwe leaf één sjabloon.

Toelichting

Afgewezen: eBGP overal met een eigen AS per leaf. Dat is één protocol, maar vraagt meer configuratie per apparaat (AS-nummers en buren per verbinding) en maakt de uitwisseling van EVPN-routes lastiger; het past bij zeer grote fabrics, en bij vier rekken per cel volstaat de gekozen opzet.

VoorstelOntwerpbesluit#

Onbekend en broadcastverkeer gaat met ingress replication, zonder multicastrouting in de onderlaag; ARP-onderdrukking en storm control beperken het broadcastverkeer. Dat houdt beheer en controle eenvoudig.

Toelichting

Afgewezen: multicast in de onderlaag. Dat schaalt beter bij honderden segmenten met veel broadcast, maar vraagt een tweede protocol (PIM) met meer foutbronnen; bij de omvang van een cel is het niet nodig.

VoorstelOntwerpbesluit#

Ieder gerouteerd segment heeft een gedistribueerde anycast-gateway op alle leaves. Een virtuele machine houdt zo bij verhuizing tussen rekken dezelfde gateway en netwerkinstellingen, en verkeer wordt al op de leaf van het eigen rek gerouteerd.

Toelichting

Afgewezen: één centrale gateway op de border leaves. Al het gerouteerde verkeer gaat dan via de spines naar één punt, een knelpunt dat bij een storing al dat verkeer raakt.

VoorstelOntwerpbesluit#

Iedere overgang tussen routeringsdomeinen loopt via het firewallcluster op de border leaves, met per routeringsdomein een subinterface in een eigen koppelvlak-VLAN en een eBGP-sessie tussen de VRF op de border leaf en de firewall. De firewall kondigt de standaardroute en de reeksen van de andere domeinen aan, de fabric de reeksen van het eigen domein. Omdat de reeksen van de andere domeinen met het AS-nummer van de cel terugkomen, accepteert de border leaf per routeringsdomein het eigen AS-nummer (allowas-in), zonder standaardroute als omweg.

Toelichting

Zo worden routes tussen routeringsdomeinen niet verworpen. De gerenderde routetabel wordt in de leeromgeving en met de testset gecontroleerd: de standaardroute mag geen ontbrekende specifieke route verhullen.

VoorstelOntwerpbesluit#

De koppeling met het RWS-netwerk loopt via het externe routeringsdomein op de border leaves naar de bestaande RWS-routers, met eBGP en een prefixfilter dat alleen de vastgelegde reeksen accepteert. Missiekritieke netwerken horen niet bij de fabric; hun voorgeschreven koppelvlakken sluiten in een eigen routeringsdomein aan op de border leaves.

VoorstelWerking#

Valt een onderdeel van de fabric weg, dan detecteren BFD en de routering het verlies en berekenen zij de overblijvende paden; multihoming en ECMP gebruiken de beschikbare leaf- en spineverbindingen. Netwerkbeheer meet in een dienstproef de werkelijke omschakeling en de werking bij lagere capaciteit.

Toelichting

De BFD-detectietijd is geen convergentietijd van toepassingen, en verlies van een spine vergroot bovendien de overboeking. Gerenderde routetabellen, convergentie en gedegradeerde topologie worden beproefd in de leeromgeving en met de testset.

Verkeersbeleid en MTU

VoorstelWaarde#

De fabric bedient vier verkeersklassen, op basis van de DSCP-waarde die de leaf bij binnenkomst toekent, naar het VLAN of voor besturingsverkeer naar het protocol; servers markeren niet zelf. Opslag (VLAN 620 en 621) krijgt de hoogste gewogen klasse met 40 procent gegarandeerde bandbreedte (CS4), live-migratie (VLAN 630) een middenklasse (AF31) met een plafond van 25 procent per poort, en alleen het besturingsverkeer (BGP, BFD en OSPF) de beschermde klasse (CS6), niet het VXLAN-verkeer van de clusters in VLAN 660. Al het overige, ook beheerverkeer in VLAN 600 en 610, valt in de standaardklasse. Explicit Congestion Notification staat aan in alle klassen en werkt voor eindpunten die het ondersteunen.

Toelichting

Zo blijft het gedeelde pad van een server voorspelbaar: opslagverkeer houdt een deel van de bandbreedte en live-migratie blijft begrensd.

VoorstelOntwerpbesluit#

Verliesvrije levering (Priority Flow Control) wordt niet ingericht. Zij komt pas aan de orde bij RDMA voor AI-werklasten, in een eigen klasse en na een eigen proef.

VoorstelWaarde#

De onderlaag heeft MTU 9216, zodat segmenten met MTU 9000 passen: VXLAN over IPv4 voegt 50 bytes toe en tunneleindpunten fragmenteren niet. Opslag- en migratiesegmenten hebben MTU 9000 van begin tot eind; het ingangssegment heeft MTU 1500.

Toelichting

Voor de opslagnetwerken noemt het opslagontwerp al MTU 9000; zie de opslagnetwerken. Afgewezen: overal de standaard-MTU van 1500. Dat is eenvoudiger, maar geeft merkbaar lagere doorvoer voor opslag en migratie op verbindingen van 100 en 400 Gb.

De fabric als code

VoorstelRegel#

De fabric is code. De datacenterregistratie is de bron, een pijplijn maakt en toetst de configuratie, en niemand wijzigt rechtstreeks op een switch. Netwerkbeheer beoordeelt iedere wijziging als wijzigingsvoorstel. Een wijziging buiten de pijplijn om, ook via het noodaccount, is een afwijking: zij wordt gemeld en de pijplijn herstelt de bedoelde toestand uit versiebeheer.

Toelichting

De bedoelde toestand staat in de map netwerk/ van de opslagplaats Platform, gegenereerd uit de registratie met een vast sjabloon; de zoneregels staan in de opslagplaats Beleid. In versiebeheer heeft de inrichting per cel een eigen map (cellen/<cel>/), naast de automatisering (automatisering/) en het beleid per domein (beleid/<domein>/). Afgewezen: alleen handmatige configuratie per switch, want die is niet herhaalbaar en geeft geen naleving of bewijs.

VoorstelWerking#

Een wijziging loopt langs een vaste keten van registratie tot switch, met bij iedere schakel een controle. Het leverpad gebruikt dezelfde keten voor het segment van een applicatiecluster.

SchakelInrichtingControle
BronDatacenterregistratie in NetBox: apparaten, poorten, bekabeling, VLAN’s, VRF’s, VNI’s, adresreeksen en de aansluiting per server; Infoblox voor de adresuitgifte; de dienstbeschrijving voor het profiel per applicatieclusterEen wijziging begint altijd in de registratie of in een dienstbeschrijving, nooit op de switch.
Bedoelde toestandMap netwerk/ in de opslagplaats Platform: fabricinstellingen, routeringsdomeinen, vaste segmenten en aansluitprofielen, met de zoneregels in de opslagplaats Beleid; gegenereerd uit de registratie met een vast sjabloonWijzigingsvoorstel met beoordeling door netwerkbeheer.
ModelcontroleVóór de uitrol toetst de pijplijn de wijziging op het model van de fabric in de leeromgeving, met de testset en de zonematrix als beweringen: iedere toegestane stroom bereikbaar, iedere niet-genoemde onbereikbaar, geen route tussen routeringsdomeinen om de firewall heen, en MTU-consistentie per padEen gefaalde bewering blokkeert het voorstel. Wat de leeromgeving niet nabootst, zoals de werkelijke toestand van EVPN en de multihoming op de fysieke fabric, toetst de nacontrole. Batfish is optioneel.
UitrolDe fabriccontroller ontvangt de bedoelde toestand via haar API met de Ansible-collectie cisco.dcnm (3.12.1, die Nexus Dashboard 4.1.1g en 4.2.1 via de oudere API’s ondersteunt), toont het verschil en rolt per leaf-paar uit, één rek tegelijk, met wachttijd en controle tussen de rekken; spines en border leaves gaan per apparaatUitrol alleen vanuit de pijplijn, met een identiteit uit het geheimenbeheer en een goedkeuringsstap in de automatisering voor productie.
NacontroleNa iedere uitrol dezelfde tests als de testset voor het geraakte deel: de toestand van BGP, EVPN en de Ethernet-segmenten, VNI-koppelingen, MTU en de isolatiebeweringen, via SSH of de NX-API vanaf het uitvoeringsknooppunt van de automatisering in VLAN 600; pyATS is optioneelVerslag bij het voorstel; bij een gefaalde test automatisch terug naar de vorige versie.
VoorstelRegel#

De fabriccontroller vergelijkt dagelijks de werkelijke configuratie met de bedoelde. Een handmatige wijziging wordt binnen een dag als afwijking gemeld en niet stilzwijgend overschreven zolang de oorzaak onbekend is; daarna herstelt de pijplijn de bedoelde toestand. Netwerkbeheer krijgt wekelijks een overzicht.

VoorstelOntwerpbesluit#

Zonder fabriccontroller rendert de Ansible-collectie cisco.nxos de configuratie uit dezelfde bron, en past het uitvoeringsknooppunt van de automatisering in VLAN 600 haar per switch toe, in dezelfde volgorde. De doorlopende vergelijking van bedoelde en werkelijke configuratie moet dan apart worden ingericht.

Toelichting

De fabriccontroller met de registratie als bron levert bedoelde toestand, uitrol en configuratienaleving vanuit één bron. Alleen een configuratiegenerator zonder controller is haalbaar als terugvaloptie, niet als standaard.

Validatie

VoorstelEis#

Iedere oplevering en wijziging van de fabric wordt met dezelfde testset getoetst; de resultaten zijn het bewijs.

TestHandelingSlaagt wanneer
OnderlaagIedere verbinding, OSPF-buur en BFD-sessie controleren; één uplink en één spine uitzettenVooraf zijn alle buren aanwezig; bij uitzetten vallen alleen de verwachte buren weg en schakelt het verkeer binnen 1 seconde om zonder sessieverlies, gemeten met doorlopend testverkeer.
OverlayEVPN-routes (type 2, 3 en 5) en VNI-koppelingen per leaf vergelijken met de registratie; de gerenderde routetabel per routeringsdomein controleren, ook op routes die via de firewall terugkomenGeen ontbrekende of onbekende VNI’s; routes in het juiste routeringsdomein; specifieke routes van de andere domeinen aanwezig, niet alleen de standaardroute.
MultihomingEen serverkabel lostrekken, een leaf herstarten en de beheer-leaf van het rek uitzettenGeen verbinding langer dan 1 seconde onderbroken; bundel of switch meldt de uitval in de bewaking.
MTUIP-pakketten van 9000 bytes met DF-bit tussen alle aangesloten knooppunten in VLAN 620, 621 en 630, ook vanuit virtuele werkers met directe opslagtoegangOp geen enkel pad fragmentatie of verlies.
IsolatieVerbinding proberen vanuit een applicatiesegment naar VLAN 620, 621, 630, vrf-herstel en een ander profiel; vanuit productie naar vrf-herstel; in VLAN 620 van werker naar werkerAlles geweigerd en vastgelegd op de firewall, geweigerd door de toegangslijsten op de leaf, of onbereikbaar omdat er geen gateway is.
ZoneregelsIedere vaste stroom beproeven, ook in omgekeerde richting, plus drie niet-genoemde stromen; de modelcontrole dekt de overigeAlleen toegestane stromen werken; al het andere wordt geweigerd en gemeld.
Gateway en verhuizingEen virtuele machine verhuizen tussen rekken tijdens een doorlopende metingGateway en verbindingen blijven; de onderbreking blijft binnen de norm voor de verhuizing van een virtuele machine.
BroadcastARP-onderdrukking en storm control meten met een testgeneratorGeen doorgifte boven de drempel; geen invloed op andere segmenten.
DoorvoerPer server (2 × 100 Gb) en per opslagknooppunt (2 × 400 Gb) meten, binnen en tussen rekken, met meerdere stromenTen minste 90 procent van de lijnsnelheid; verdeling over beide poorten zichtbaar.
VerkeersbeleidOpslag- en migratieverkeer tegelijk verzadigen, plus clusterverkeer over VLAN 660De opslagklasse behoudt haar garantie, migratie blijft onder het plafond en BGP- en BFD-sessies blijven staan.
AutomatiseringEen ongeldig voorstel indienen (een VLAN buiten het profiel, een route tussen VRF’s) en een handmatige wijziging op een switch aanbrengenHet voorstel wordt door de modelcontrole geweigerd; de afwijking wordt binnen een dag gemeld.
Segment per clusterEen applicatiecluster aanmaken en beëindigen via het leverpadHet segment is binnen 15 minuten aanwezig en na beëindiging verwijderd, zonder restanten in registratie of fabric.
ClusterintegratieEen BGP-sessie vanuit een fysiek cluster en een EVPN-netwerk vanuit een cluster, in de fase van route-aankondiging en EVPN vanuit clustersRoutes en MAC-adressen zichtbaar in het juiste domein; het prefixfilter weigert een niet-geregistreerde reeks, de fabric een niet-geregistreerd VNI.
VoorstelRegel#

De testset gebruikt Ansible en de opdrachtregel van de leverancier. Zij wordt bij oplevering volledig uitgevoerd, na iedere wijziging voor het geraakte deel en ieder half jaar opnieuw; het verslag hoort bij het bewijs van de oplevering en van iedere fase van de routekaart. Batfish en pyATS worden alleen ingezet als zij in de leeromgeving aantoonbaar waarde toevoegen.

VoorstelEis#

De fabric van een cel is gereed als zij de volledige testset doorstaat, de zonematrix in de opslagplaats Beleid overeenkomt met de werkelijke regels en de routetabellen per routeringsdomein met de bedoelde toestand, een ongeldig voorstel wordt geweigerd, een handmatige wijziging binnen een dag wordt gemeld, en een applicatiecluster zijn segment via het leverpad krijgt en weer kwijtraakt.

Bewaking en beveiliging

VoorstelMaatregel#

Alle switches sturen streaming telemetry (gRPC dial-out) naar de eigen bewakingsvoorziening zodra die in bedrijf is: poorten, wachtrijen, BGP- en EVPN-toestand en VTEP-tellers; tot dan leveren de eigen bewaking van de fabric en de bestaande apparatuurbewaking die gegevens. SNMP loopt via de snmp_exporter. Syslog gaat naar de SIEM en sFlow van de leaves als steekproef naar de netwerkweergave van het SOC. Meldingen volgen bij een verbinding of buur die wegvalt, BFD-uitval, een inconsistent Ethernet-segment, MTU-fouten, wachtrijverlies boven 0,1 procent en bandbreedte boven 60 procent op een bundel of uplink.

VoorstelRegel#

Switches worden alleen beheerd via SSH en de NX-API, vanuit VLAN 600: vanaf de beheerwerkplek en vanaf het uitvoeringsknooppunt van de automatisering, dat de nacontrole, de testset en de uitrol zonder controller uitvoert. De centrale aanmelding loopt via de AAA-voorziening van netwerkbeheer tegen de directory, met een tweede factor via de beheerwerkplek; de lokale beheerder bestaat alleen als noodaccount in de kluis. Iedere opdracht gaat via het auditlogboek naar de SIEM.

VoorstelMaatregel#

Het besturingsvlak is beschermd: authenticatie op BGP met TCP-AO en op OSPF met HMAC-SHA, volgens de cryptografietabel van RWS; BFD; control-plane policing volgens het strikte profiel; alleen de vastgelegde buren; prefixfilters en een maximum aantal prefixen op iedere externe sessie; ongebruikte diensten en poorten uitgeschakeld. De NX-OS-beelden zijn ondertekend en starten beveiligd, en de basislijn van software en configuratie staat in versiebeheer. De beheer-leaf en de fabriccontroller staan alleen in het beheerdomein.

VoorstelMaatregel#

Servermanagementinterfaces (iLO) staan op een eigen poort in het apparatuurbeheernetwerk (VLAN 600), zonder standaardaccounts. Alleen bronnen die de zonematrix toestaat, zoals de beheerwerkplek en het firmwarebeheer, bereiken ze; van buiten dat netwerk alleen de bewaking met SNMP versie 3 en Redfish, tot groeipadstap 2 de bestaande apparatuurbewaking en daarna de eigen bewakingsvoorziening. IPMI via LAN staat uit, alleen HTTPS met TLS 1.2 of hoger is open, de aanmelding loopt via de directory met persoonlijke accounts waar mogelijk, ongebruikte diensten zijn uitgeschakeld en de lokale beheerder ligt in de kluis.

Toelichting

Controle: een maandelijkse netwerkscan vanuit alle andere netwerken en een configuratierapport uit HPE OneView.

Verwijzen hiernaar

Onderwerpen 3