De bruikbare capaciteit is circa 266 TB (decimaal), uitbreidbaar tot circa 444 TB.
Onderwerp
Capaciteit, quota en lagen
Bevestigd door vdo89 op 28 september 2026. Eigenaar: vdo89. Bron in de atlas
- Domein
- Volgt uit
- Functies
- Producten
- Verwant
Wat het is
Het opslagcluster heeft een vaste capaciteit die per cel wordt gedeeld. Clusters vragen opslag aan binnen hun quotum uit de dienstbeschrijving; opslagbeheer bewaakt het feitelijke verbruik en breidt tijdig uit. Nieuwe soorten hardware komen er als aparte prestatielaag bij, met eigen pools en een eigen opslagklasse.
Waarom zo
Na verlies van een rek moet er ruimte zijn om de ontbrekende kopieën terug te zetten; daarom liggen de vulgrenzen ruim onder de grens van het product. Quota houden de aangevraagde capaciteit binnen bereik, maar een quotastop houdt dun toegewezen volumes niet tegen; daarom blijft ook de som van de quota onder een vaste grens. Lagen apart houden maakt iedere pool een voorspelbaar prestatiecontract.
Capaciteit en vulgrenzen
Voor het feitelijke verbruik gelden drie grenzen: bij 50 procent wordt uitbreiding in gang gezet, bij 65 procent worden geen nieuwe quota meer toegekend, en bij 85 procent volgt een melding met hoge urgentie. Bij 65 procent stijgt de vulling na verlies van één van de vier rekken tot circa 87 procent: onder de grens waarop het herstel stopt (backfillfull, 0,90).
Toelichting
Vullen tot de grens van het cluster (85 procent) laat na verlies van een rek geen ruimte om de kopieën te herstellen. Bij vijf rekken kan de bevriesgrens met dezelfde rekensom naar 70 procent.
Compressie staat aan op de gegevensgebieden voor blok, bestand en object, niet op metadata. De besparing telt niet mee in de capaciteitsrekening.
Quota en overboeking
De uitgegeven quota blijven samen onder 75 procent van de bruikbare capaciteit, met één rek als reserve, omdat een quotastop bestaande, dun toegewezen volumes niet tegenhoudt. Binnen die grens is gecontroleerde overboeking toegestaan: bij ontwikkelen en beproeven ten hoogste tweemaal de daarvoor bestemde capaciteit, bij reguliere en bedrijfskritische productie niet.
Het quotum per cluster komt uit de dienstbeschrijving. De dienst garandeert de aangevraagde capaciteit; het verbruik wordt gemeten en gerapporteerd, maar in de blokopslag niet per cluster hard begrensd. Een toewijzing boven het quotum wordt geweigerd.
Opslagbeheer levert platformbeheer maandelijks een capaciteitsrapportage met de som van de quota, het werkelijke gebruik en de groeisnelheid. Over de verdeling over profielen besluit de productverantwoordelijke, over uitbreiding opslagbeheer.
Groei en prestatielagen
Er zijn drie prestatielagen, normaal, snel en bulk, elk met een expliciete koppeling aan een opslagklasse. In de eerste levering is er alleen ‘normaal’; ‘snel’ en ‘bulk’ komen later, elk met een eigen dienstniveau.
Lagen worden nooit in één pool gemengd. Andere hardware komt in een eigen laag, met een eigen apparaatklasse, CRUSH-regel, pools en opslagklasse.
Een werklast verhuist tussen lagen alleen via nieuwe pools en een expliciete verhuisstap, met een geteste terugweg. De plaatsing van een bestaande pool verandert nooit stilzwijgend: iedere pool is een prestatiecontract.
Het opslagcluster groeit eerst met schijven, tot twintig per knooppunt, dan met een knooppunt per rek in alle rekken, en dan met rekken; steeds met gelijke aantallen per knooppunt en per rek.
Een apart opslagcluster is nodig bij een vertrouwensdomein met eigen beheer of een ander nalevingsgebied, een onverenigbaar netwerkmodel, een andere levenscyclus of een ander veerkrachtmodel. Vertrouwensdomeinen die het beheer mogen delen, krijgen een eigen realm of ruimte in hetzelfde cluster.
Vóór iedere uitbreiding of nieuwe laag publiceert opslagbeheer het bewijs: het besluit om toe te voegen, nieuwe pools te maken of een nieuw cluster te bouwen, met de gevolgen voor het aantal placement groups, het herstelgedrag en de vrije ruimte, en de bijgewerkte drempels.