Iedere sleutel heeft een vaste plek, een vervangtermijn en een herstelroute. De sleutels om een cel te herstellen staan niet alleen in die cel: de ontgrendelsleutel ligt bij PKI-beheer, de herstelsleutels liggen bij vijf houders en van de sleutel van de herstelkopieën ligt een kopie buiten de cel in de kluis.
Onderwerp
Sleutels, ontgrendeling en versleuteling
Nog niet bevestigd door een mens. Eigenaar: vdo89. Bron in de atlas
- Domein
- Volgt uit
- Functies
- Producten
- Verwant
Wat het is
Sleutelbeheer gaat over het gebruik, de vervanging en de beschikbaarheid van cryptografische sleutels, ook voor herstel. De wortel van de PKI blijft bij haar beheerder, de sleutels van het platform staan in het geheimenbeheer van de cel, en het geheimenbeheer zelf wordt ontgrendeld met sleutelmateriaal dat buiten de cel ligt. Versleuteling beschermt de gegevens in rust, op schijven en in de configuratiedatabases, en tijdens transport.
Waarom zo
Het geheimenbeheer kan zichzelf niet ontsluiten. Lagen de sleutels om het te ontgrendelen of te herstellen in dezelfde cel, dan zou een incident in die cel ook het herstel blokkeren. Daarom liggen ontgrendelsleutel en herstelsleutels buiten de cel en zijn de herstelsleutels over vijf houders verdeeld, zodat niemand alleen het geheimenbeheer kan openen. Versleuteling in rust en tijdens transport zorgt dat een gestolen schijf of een afgeluisterde verbinding niets oplevert.
Sleutels en hun levensduur
De ontgrendelsleutel, de sleutel van de clustergegevens, de ondertekeningssleutel en de sleutel van de herstelkopieën worden jaarlijks vervangen; de ontgrendel- en de ondertekeningssleutel ook na een incident. De tussen-CA’s krijgen iedere drie jaar een nieuw sleutelpaar, en de herstelsleutels worden vervangen als er een houder wisselt.
Oude sleutels blijven beschikbaar zolang daarmee versleutelde kopieën worden bewaard, zodat een back-up met de sleutelversie die erbij hoort kan worden teruggezet.
Ontgrendeling en herstelsleutels
Het geheimenbeheer ontgrendelt automatisch met sleutelmateriaal buiten de cel: de hardwaresleutelmodule van PKI-beheer achter de interne RWS-PKI, via PKCS#11 over TLS, met een eigen sleutelslot per cel. Zo raakt een incident in de ene cel de andere niet. Terugvaloptie zolang er één cel is: de sleuteldelen van drie van de vijf houders; vanaf groeipadstap 2 de transit-engine van het geheimenbeheer van de andere cel.
Alle exemplaren van het geheimenbeheer worden nooit tegelijk herstart.
Er zijn vijf herstelsleutels, bij houders in verschillende rollen; drie zijn nodig. Zij zijn per houder versleuteld uitgegeven en liggen in een kluis buiten het platform, niet in het geheimenbeheer zelf.
Een beheerder van het geheimenbeheer houdt ten hoogste één herstelsleutel; niemand beheert zowel het geheimenbeheer als meer dan één herstelsleutel.
Het roottoken is ingetrokken. Een nieuw roottoken ontstaat alleen met drie van de vijf herstelsleutels en is een melding aan het SOC.
De ontgrendeling wordt aangetoond met het verslag van de sleutelceremonie, een test van automatisch ontgrendelen na herstart en een herstelproef met alleen het vereiste aantal houders. De houders worden ieder kwartaal gecontroleerd.
Versleuteling in rust en tijdens transport
Gegevens zijn versleuteld in rust. Gevoelige objecten in de configuratiedatabases, zoals geheimen, met AES-GCM in platformclusters en met AES-CBC en een eigen sleutel per cluster in applicatieclusters; alle opslagschijven met een sleutel per schijf; de systeemschijven van de knooppunten met binding aan de TPM.
Verkeer is tijdens transport versleuteld: TLS 1.3 waar ondersteund, anders TLS 1.2 met algoritmen volgens de cryptografietabel van RWS. PostgreSQL en het geheimenbeheer gebruiken altijd TLS 1.3, en ook het opslagverkeer is versleuteld.
Zolang het dienstennetwerk ontbreekt, versleutelen toepassingen hun verbindingen zelf. Ieder onversleuteld pad is een uitzondering per verkeersstroom, met een einddatum van ten hoogste zes maanden; bij de vrijgave voor reguliere productie zijn ze gesloten of opnieuw geaccepteerd. Na de ingebruikname van het dienstennetwerk is verkeer tussen diensten wederzijds herkend en versleuteld, afgedwongen bij reguliere en bedrijfskritische productie.
Cryptografie
Algoritmen, sleutellengten en protocollen liggen per pad vast volgens de cryptografietabel van RWS, zonder MD5-opties. Per dienst is een cryptografieoverzicht, actueel bij iedere release. Het platform draait niet in FIPS-modus.
Hybride quantumveilige sleuteluitwisseling is ingeschakeld waar de producten haar bij TLS 1.3 bieden; het platform zet haar niet uit. De jaarlijkse herziening van de baseline verwerkt een nieuwe versie van de cryptografietabel.