1 open besluit1414 voorstellen

Onderwerp

Netwerk, ingang en verkeer tussen diensten

Hoe het clusterbeheer en de applicatieclusters in het netwerk staan, hoe een cluster wordt gepubliceerd, welk netwerkbeleid geldt en hoe het verkeer tussen diensten nu en in de doelsituatie is beschermd.

Nog niet bevestigd door een mens. Eigenaar: vdo89. Bron in de atlas

Domein
Volgt uit
Functies
Producten
Verwant

Wat het is

Het clusterbeheer staat in de zone platform en publiceert per gehost cluster een vast API-adres en een aanmeldroute. Ieder applicatiecluster heeft een eigen VLAN in het routeringsdomein van zijn profiel, één ingangsadres voor zijn toepassingen en vaste verbindingen met de besturing, de basisdiensten en de bewaking. Van buiten is een cluster alleen bereikbaar via de externe verkeersverdeling, die het verkeer doorgeeft zonder TLS af te sluiten. Binnen het cluster scheiden beheerdersbeleid, netwerkbeleid en EgressFirewall de naamruimten en begrenzen zij het uitgaande verkeer.

Waarom zo

Geen netwerkverkeer is vanzelf vertrouwd: alles is dicht tot een gedeclareerde verbinding het toestaat, en wat afnemers scheidt, kan een team niet opheffen. Vaste adressen en namen maken herstel en overname voorspelbaar. Het netwerkbeleid bepaalt wel welke naamruimte welke bereikt, maar niet wie er werkelijk belt en of het verkeer versleuteld is. Dat biedt het dienstennetwerk in zijn lichte vorm; tot de leverancier die ondersteunt, geldt versleuteling door de toepassing zelf, met een uitzondering met einddatum voor iedere onversleutelde stroom.

Uitspraken

1 vastgesteld20 voorstellen

Alle 20 voorstellen vaststellen

Netwerk van het clusterbeheer

VoorstelRegel#

Het clusterbeheer staat in de zone platform (vrf-platform). Iedere server heeft één bundel van 2 × 100 Gb over het leaf-paar van zijn rek, met VLAN 610 ongetagd op br-ex (MTU 1500). De besturingsknooppunten zijn alleen op VLAN 610 aangesloten, de werkerknooppunten ook op VLAN 622 voor de objecttoegang, en iLO heeft een eigen poort in VLAN 600. Werkers bereiken het clusterbeheer alleen op API-adressen (TCP 6443) en ingangsadressen (TCP 443), de externe verkeersverdeling alleen op API-adressen en de aanmeldingang.

Toelichting

Netwerktests en de zonecontrole tonen de aansluiting aan.

VoorstelOntwerpbesluit#

Alle adressen van het clusterbeheer komen uit het segment van VLAN 610 (cel 1: 10.61.10.0/24), ook een reeks van 32 API-adressen voor gehoste clusters met een deelreeks voor de herstelzone, die netwerkbeheer in Infoblox en NetBox reserveert. MetalLB op het clusterbeheer (IPAddressPool en L2Advertisement) kondigt ieder adres in laag 2-modus aan vanaf één werkerknooppunt en verplaatst het bij uitval. Vanaf groeipadstap 3 gaat MetalLB over op BGP via FRR-K8s, met dezelfde adressen.

Toelichting

32 adressen passen bij 24 besturingen met de herstelomgeving. Een proef in de leeromgeving toont aan dat de adressen bij de overgang naar BGP gelijk blijven.

VoorstelOntwerpbesluit#

Het clusterbeheer van cel 1 heet c1-cb-01, met api.c1-cb-01.c1.dc3.internal en *.apps.c1-cb-01.c1.dc3.internal. Ieder gehost cluster krijgt api.<naam>.<cel>.dc3.internal en oauth.<naam>.<cel>.dc3.internal, vóór het aanmaken in Infoblox vastgelegd in twee weergaven: werkersegmenten en de zones platform, herstel en beheer krijgen het adres op het clusterbeheer, anderen het virtuele adres van de externe verkeersverdeling.

Toelichting

Zo gaan werkers rechtstreeks naar het clusterbeheer en teams via de verkeersverdeling, met één hostnaam en één certificaat, want de verkeersverdeling sluit geen TLS af. Gevolg: twee adressen per naam.

VoorstelOntwerpbesluit#

Achter het API-adres verdeelt de besturing het verkeer over drie API-servers; de routes lopen via het ingangsadres van het clusterbeheer, dat keepalived en haproxy in het cluster verzorgen. De aanmeldroute van ieder gehost cluster heeft een vaste hostnaam in de clusterdefinitie. Teams bereiken haar via de aanmeldingang: een eigen ingangscontroller met een vast adres uit de reeks van 32, die alleen de besturingsnaamruimten buiten de herstelzone bedient (OAuth, Konnectivity en Ignition). Console en standaardingang van het clusterbeheer blijven zo voor teams onbereikbaar.

Toelichting

De externe verkeersverdeling filtert niet; daarom bereiken teams alleen hun aanmelding. De aanmeldroute van de teampool is als vaste stroom ook vanaf kantoor bereikbaar.

VoorstelOntwerpbesluit#

Besturingen in de herstelzone krijgen een API-adres uit de deelreeks en een eigen ingangscontroller, een LoadBalancer met een ingangsadres uit dezelfde deelreeks; de standaardingang neemt hun naamruimten niet op. Vanuit de herstelzone (VLAN 690) zijn op het clusterbeheer alleen die adressen bereikbaar, op TCP 6443 en 443.

Toelichting

Werkers in de herstelzone moeten hun besturing kunnen bereiken. Aanvaard restrisico: een aangetaste herstelomgeving bereikt de deelreeks en de vaste basisdiensten (de containerregistry alleen lezend, het geheimenbeheer alleen voor de naamruimte herstel-<cel>, naam en tijd). Dat is begrensd door de deelreeks met eigen ingangscontroller, toegangslijsten op de firewall, netwerkbeleid tussen besturingsnaamruimten, geen opslagclientnetwerk en verwijdering na gebruik.

VoorstelRegel#

API, aanmelding en routes zijn alleen met TLS bereikbaar, afgesloten op het clusterbeheer. Cert-manager geeft de certificaten uit onder de tussen-CA van de cel: voor API en ingangen van het clusterbeheer, en per gehost cluster voor de API-hostnaam en de aanmeldroute. Zij gelden ten hoogste 2160 uur en worden na twee derde van de looptijd vernieuwd. De interne keten van de besturing blijft voor haar interne verbindingen; de interne API-naam krijgt geen eigen certificaat. Het TLS-profiel is Modern waar alle clients dat ondersteunen, anders Intermediate.

Toelichting

Voor de gehoste besturing geldt Modern zodra een TLS-scan in de leeromgeving aantoont dat werkers, vlootbeheer, teams en de gezondheidscontrole van de verkeersverdeling ermee verbinden. De API-naam is celgebonden: de tussen-CA van de andere cel geeft haar niet uit, dus een daar in de herstelzone teruggezette besturing gebruikt het certificaat van haar eigen clusterautoriteit uit de kubeconfig van de beheerwerkplek. Een maandelijkse TLS-scan via de virtuele adressen controleert de afsluiting.

VoorstelWaarde#

Het clusterbeheer heeft alleen de vaste verbindingen in de tabel.

VanNaarPoortDoelZoneregel
Werkers van applicatieclusters (vrf-afn-*) en van bouw-, portaal- en besturingscluster (vrf-platform)API-adres van hun besturing; ingangsadres van het clusterbeheerTCP 6443 en 443API; Konnectivity, Ignition en aanmeldingVaste stroom; binnen vrf-platform
Werkers in de herstelzone (VLAN 690)API- en ingangsadressen van hun besturingenTCP 6443 en 443API; Konnectivity, Ignition en aanmeldingVaste stroom van vrf-herstel naar vrf-platform, alleen de deelreeks; aanvaard restrisico
Externe verkeersverdeling (vrf-ingang)API-adresTCP 6443API voor teams, zonder TLS-afsluitingVaste stroom
Externe verkeersverdeling (vrf-ingang)Aanmeldingang (oauth.<naam>)TCP 443Aanmelding van teams, zonder TLS-afsluitingVaste stroom
Beheerwerkplek (vrf-beheer)API en console van het clusterbeheer; API-adressenTCP 6443 en 443Beheer en noodrouteVaste stroom
VlootclusterAPI van het clusterbeheer en API-adressenTCP 6443Import, beleid, uitrol en zoekfunctieVaste stroom
ClusterbeheerAPI van de werkervirtualisatieTCP 6443Virtuele werkers beherenBinnen vrf-platform
ClusterbeheerBasisdiensten van de celTCP 443 en 8200; 53 en 123Beelden, aanmelding, geheimen, naam en tijdBinnen vrf-platform
Werkerknooppunten van het clusterbeheerObjecttoegang (VLAN 622)TCP 443Momentopnamen en back-upBinnen VLAN 622
ClusterbeheerSIEM van het SOC; mailrelaySyslog volgens RFC 5424 over TLS; SMTPAudit van het clusterbeheer en van de gehoste API-servers; meldingenVaste stroom van vrf-platform naar vrf-extern
ClusterbeheerHerstelbucket op de back-upvoorzieningTCP 443Etcd-momentopname lezen bij herstel van een heel clusterVaste stroom van vrf-platform naar vrf-extern, alleen lezen

Netwerk van een applicatiecluster

VoorstelRegel#

Ieder applicatiecluster heeft een eigen VLAN voor werkers, ingangsadres en databaseadressen, met een /26 in het routeringsdomein van zijn profiel: VLAN 1000–1499 in vrf-afn-p1, 1500–1899 in vrf-afn-p2 en 1900–1999 in vrf-afn-p3, met MTU 9000. Een gehost cluster met een platformfunctie krijgt een eigen VLAN uit 700–709 met een /26 in vrf-platform. Netwerkbeheer wijst het VLAN toe en registreert het.

VoorstelRegel#

Pod- en dienstadressen worden niet gerouteerd; verkeer verlaat het cluster via de werkers. Alleen werkers van een cluster met volumes hebben een tweede aansluiting op het opslagclientnetwerk (VLAN 620), met een statisch adres uit de clusterdefinitie. Die aansluiting valt buiten het netwerkbeleid van het cluster; toegangslijsten op de leaf begrenzen haar.

Toelichting

Negatieve proeven tonen aan dat een werker van een ander cluster niet via het eigen VLAN of via VLAN 620 bereikbaar is.

VoorstelWaarde#

Een applicatiecluster heeft alleen de vaste verbindingen in de tabel; ander verkeer naar buiten volgt de gedeclareerde verbindingen uit de dienstbeschrijving.

VanNaarPoortDoelZoneregel
Werkers (vrf-afn)Besturing op het clusterbeheerTCP 6443 en 443API; Konnectivity, OAuth en IgnitionVaste stroom
WerkersContainerregistry; geheimenbeheer; toegangsvoorziening; naamdienst; tijdTCP 443; 8200; 443; 53; 123Beelden; geheimen en certificaten; aanmelding; naam en tijdVaste stromen
WerkersAgentingang van het vlootclusterTCP 443Samengevatte metingen; sensorVaste stroom
WerkersObjecttoegang (VLAN 622)TCP 443Back-up; objectopslag als dienstVaste stroom; rechten per realm
Werkers, tweede aansluitingOpslagcluster (VLAN 620)TCP 3300 en 6800–7300Blok- en bestandsopslagLaag 2, toegangslijsten op de leaf
Vlootbeheer en bewakingAPI en werkersTCP 6443, 10250 en 9100Beleid, beheer en bewakingVaste stroom
Externe verkeersverdeling (vrf-ingang)Ingangsadres; API-adresTCP 443; TCP 6443Toepassingen; publicatie van de API, zonder TLS-afsluitingVaste stromen
Kantoor en WAN (vrf-extern)Virtuele adressen van de verkeersverdelingTCP 443 en 6443Toepassingen en aanmelding; API van het eigen clusterVaste stromen
Verzamelaars; AlertmanagerSIEM van het SOC; mailrelay (vrf-extern)Syslog of HEC over TLS; SMTP over TLSAudit en ACL-logboeken; meldingenVaste stromen
Argo CD van het clusterGitLab van de teams (vrf-extern)TCP 443Opslagplaats van de toepassing lezenVaste stroom
WerkersBesturingscluster van het dienstennetwerk (vrf-platform): istiod en east-west gatewayTCP 15012; TCP 15008Configuratie (xDS); HBONEVaste stroom vanaf de ingebruikname
Pods in teamnaamruimtenGedeclareerde bestemmingenUit de dienstbeschrijvingKoppelingenNa zonecontrole; EgressFirewall
Toelichting

Aanvaard restrisico: de vaste stromen van afnemerszones naar Infoblox, de SIEM, de mailrelay en GitLab, begrensd door vaste bestemmingen en poorten, TLS en de EgressFirewall.

Ingang en publicatie

VoorstelRegel#

De namen api.<naam>.<cel>.dc3.internal en *.apps.<naam>.<cel>.dc3.internal wijzen naar twee virtuele adressen van de externe verkeersverdeling, die Infoblox en NetBox vóór de publicatie kennen. De verkeersverdeling geeft het verkeer door zonder TLS-afsluiting of certificaatcontrole: TCP 6443 naar het API-adres op het clusterbeheer en TCP 443 naar het ingangsadres van het cluster, waar de API-server of de ingang TLS afsluit. Een andere poort, zoals 5432 voor replicatie in bedrijfskritische productie, krijgt per gedeclareerde verbinding een eigen virtueel adres met TCP-doorgifte naar een LoadBalancer-dienst in het clustersegment.

Toelichting

De verkeersverdeling heeft zo geen certificaat nodig. Infoblox kent twee weergaven: werkersegmenten en de zones platform, herstel en beheer krijgen bij api.<naam> en oauth.<naam> het adres op het clusterbeheer.

VoorstelOntwerpbesluit#

Ieder applicatiecluster heeft één ingangsadres in het VLAN van zijn werkers: MetalLB in het gastcluster (IPAddressPool en L2Advertisement, via beleid) met de standaardingangscontroller als LoadBalancer-dienst. De ingangscontroller sluit TLS af met het standaardcertificaat *.apps.<naam>.<cel>.dc3.internal van cert-manager onder de tussen-CA van de cel en met het TLS-profiel van de baseline; beleid zet HSTS op iedere route. De ingang ziet als bron het adres naar achteren van de verkeersverdeling, zonder X-Forwarded-For, en begrenst het aanvraagtempo.

Toelichting

MetalLB hoort bij de standaardinrichting, omdat de werkers niet op het standaardnetwerk van de werkervirtualisatie staan en de wildcardroutes daar dus onbruikbaar zijn. Dat MetalLB het ingangsadres bij uitval van een werker verplaatst, is een acceptatiecriterium; terugvaloptie is de ingangscontroller op het hostnetwerk van de werkers (poort 443), verdeeld door de externe verkeersverdeling. Teams mogen een passthrough-route gebruiken: TLS, TLS-profiel en HSTS liggen dan bij de toepassing, met een eigen certificaat van cert-manager in de teamnaamruimte. Een dienstnaam in bedrijfskritische productie heeft haar certificaat bij de route of bij de dienst.

VoorstelRegel#

Van buiten is een applicatiecluster alleen bereikbaar via de externe verkeersverdeling. Hostnetwerk en secundaire interfaces krijgt een werklast alleen als de dienstbeschrijving ze vermeldt, en de opslagaansluiting alleen bij volumes en nooit in de herstelzone.

Toelichting

Het netwerkbeleid van het cluster dekt die interfaces niet. Een TLS- en poortscan en negatieve proeven tonen het aan.

Netwerkbeleid

VoorstelRegel#

Het beheerdersbeleid (AdminNetworkPolicy) beschermt het platform en scheidt afnemers, met voorrang boven het netwerkbeleid van teams; het basisbeleid (BaselineAdminNetworkPolicy ‘default’) weigert als vangnet het overige verkeer. Het vlootbeheer dwingt beide af. NetworkPolicies van teams komen uit de dienstbeschrijving en staan alleen gedeclareerde verbindingen toe.

Toelichting

Zo ontstaat een scheiding die een team niet kan opheffen; een proef met een teambeleid dat alles toestaat, toont dat aan. Alternatief: alleen netwerkbeleid van teams. Dat staat standaard open en hangt af van ieder team. De overstap van AdminNetworkPolicy naar ClusterNetworkPolicy staat in de versieplanning.

VoorstelRegel#

Pods bereiken buiten het cluster alleen gedeclareerde bestemmingen, na zonecontrole, en nooit de adresreeksen van missiekritieke zones buiten de voorgeschreven koppelvlakken. Iedere teamnaamruimte heeft een EgressFirewall ‘default’ met een afsluitende weigerregel; geweigerd verkeer wordt vastgelegd via ACL-logging en gaat naar het SOC.

Toelichting

Zo blijft de uitwaaiering beperkt. Beleid meldt een teamnaamruimte zonder EgressFirewall, en een detectieregel meldt 20 of meer weigeringen per uur per naamruimte. De toets Zonecontrole en netwerkbeleid beproeft het.

Verkeer tussen diensten

VoorstelOntwerpbesluit#

Zolang het dienstennetwerk er niet is, gelden het netwerkbeleid tussen naamruimten en versleuteling door de toepassing zelf, als uitzondering met einddatum. Een tussenvorm wordt niet ingevoerd: de leverancier ondersteunt de gemeenschappelijke besturing met aangesloten clusters in de gekozen versie alleen met een extra container per toepassing, en de lichte vorm alleen met een besturing per cluster en dan als voorlopige functie.

Toelichting

Nu een tussenvorm invoeren en later ombouwen vraagt een tweede migratie van alle aangesloten toepassingen. De alternatieven vallen af op beheerlast en dekking: versleuteling blijvend aan iedere toepassing overlaten maakt de dekking afhankelijk van de discipline van ieder team en levert geen platformbrede toegangsregels per identiteit op; een extra container per toepassing kost capaciteit en vraagt bij iedere update een herstart; een besturing per cluster moet afzonderlijk worden bijgewerkt en hersteld, en de clusters van een cel vormen dan niet vanzelf één dienstennetwerk. Netwerkbeleid bepaalt welke naamruimte welke bereikt, maar niet of verkeer binnen een toegestane stroom van de bedoelde toepassing komt, en de netwerklaag versleutelt het verkeer tussen de knooppunten van een gehost cluster niet.

VoorstelRegel#

Zonder dienstennetwerk versleutelt de toepassing haar verkeer zelf, en is iedere onversleutelde stroom een eigen uitzondering van ten hoogste zes maanden in het uitzonderingsregister, geaccepteerd door de CISO-functie. Bij de vrijgave voor reguliere productie wordt zo’n uitzondering gesloten of opnieuw geaccepteerd met een nieuwe einddatum. Met dienstennetwerk is het verkeer wederzijds herkend, met ten minste TLS 1.3 versleuteld en per applicatie-identiteit toegestaan.

Toelichting

Het uitzonderingsregister en de beproeving van het dienstennetwerk tonen de naleving aan.

VoorstelWerking#

In de doelsituatie herkent het dienstennetwerk voor het verkeer tussen aangesloten naamruimten de tegenpartij aan een identiteit per werklast en versleutelt het automatisch, zonder aanpassing van de code. Eén gedeelde component per werker doet dat voor alle toepassingen op die werker, zodat toepassingen niet opnieuw starten als het dienstennetwerk wordt ingeschakeld of bijgewerkt. De applicatieclusters van een cel sluiten aan op één besturingscluster per cel, een gewoon gehost cluster uit het aanbod; zo vormt iedere cel één dienstennetwerk met een eigen vertrouwensdomein onder haar tussen-CA, en scheiden regels per applicatie-identiteit en het netwerkbeleid de afnemers.

OnderdeelInrichtingGrens en beproeving
IngebruiknameZodra de leverancier de gemeenschappelijke besturing per cel met aangesloten gehoste clusters in de lichte vorm schriftelijk ondersteunt: eerst beproeving in de leeromgeving en de proefgroep, daarna inschakeling per naamruimte via het beleidspakketOntwerpbesluit met acceptatieproef; vereist vóór de vrijgave voor bedrijfskritische productie; vóór de vrijgave voor reguliere productie in gebruik, of de uitzondering opnieuw geaccepteerd
BesturingPer cel één besturingscluster, een gehost cluster met drie werkers, bijgewerkt en hersteld als iedere gehoste besturingBij uitval werkt het verkeer tussen bestaande eindpunten door op de laatst uitgedeelde regels en certificaten; nieuwe eindpunten en certificaatvernieuwing wachten op herstel, dat binnen de certificaatlooptijd moet slagen
Versleuteling en herkenningWederzijds, voor al het verkeer tussen toepassingen in de deelnemende naamruimten; TLS 1.3 als afgedwongen minimum; kort geldige certificaten uit de eigen PKI onder de tussen-CA van de cel, gecontroleerd op intrekkingVerkeer naar een cluster van een andere afnemer in de cel blijft binnen het dienstennetwerk; verkeer naar een andere cel loopt via de externe verkeersverdeling van die cel, zonder TLS-afsluiting, naar de ingang of de dienst, waar TLS eindigt
ToegangsregelsStandaard weigeren binnen het dienstennetwerk; toestaan per applicatie-identiteit uit de dienstbeschrijving, naast het netwerkbeleidRegels per aanroep (pad, methode) alleen met een aparte verkeerscomponent
Uitgaand verkeerUitgaande bestemmingen per applicatie-identiteit via een uitgaande gateway, naast de lijst toegestane bestemmingen per naamruimteHet dienstennetwerk alleen kan niet afdwingen dat al het uitgaande verkeer via de gateway loopt; de netwerkregels blijven de grens
InzichtVerkeersweergave over alle aangesloten clusters van de cel vanuit het besturingscluster, per team alleen-lezen en begrensd tot de eigen naamruimtenInzicht per aanroep alleen met de aparte verkeerscomponent; de begrenzing wordt beproefd
CryptografiePer pad volgens de cryptografietabel van RWS; hybride quantumveilige sleuteluitwisseling X25519MLKEM768 met COMPLIANCE_POLICY pqc vanaf de ingebruiknameEén keuze voor alle profielen
Buiten het dienstennetwerkVirtuele machines, pods op het hostnetwerk en platformonderdelen; zij vallen onder de zone- en filterregels van het datacenternetwerk en hun eigen versleutelingPer klasse werklasten vastgelegd in het uitzonderingsregister, met een eigen proef van filtering en versleuteling
Beproeving vóór gebruikIn de leeromgeving: aansluiting van gehoste clusters met virtuele werkers op de gemeenschappelijke besturing, extra geheugen- en processorgebruik, update zonder onderbreking, gedrag bij verlopen en ingetrokken certificaten, en terugval op netwerkbeleidMislukt de proef, dan blijft de inrichting van de eerste levering van kracht en vraagt de uitzondering een nieuwe acceptatie; een geslaagde proef vervangt de schriftelijke ondersteuning door de leverancier niet
Toelichting

Toegangsregels verwijzen naar de applicatie-identiteit van de tegenpartij, bijvoorbeeld ‘planning mag de gegevensdienst aanroepen’; of een aanroep alleen leest of ook schrijft, beoordeelt de aangeroepen dienst zelf. Een dienst die meer vraagt, zoals verkeerssturing bij een nieuwe versie, krijgt een aparte verkeerscomponent voor alleen haar naamruimte.

VoorstelWaarde#

Het besturingscluster mesh-prd-<cel> is een gehost cluster met drie werkers, met istiod als externe besturing, meshID dc3 en een network per cel. Iedere cel heeft een eigen vertrouwensdomein, gelijk aan dat van de applicatie-identiteit, en een tussen-CA onder een gemeenschappelijke wortel; de besturingsclusters van de cellen zijn niet gekoppeld. Applicatieclusters sluiten aan als remote, met per cluster een east-west gateway. Via beleid komen de operator van OpenShift Service Mesh 3.4, op de applicatieclusters IstioCNI en ZTunnel (profiel ambient, elk met de naam default) en op teamnaamruimten het label istio.io/dataplane-mode=ambient. De clusterdefinitie zet OVN-Kubernetes op gatewayConfig.routingViaHost true. Certificaten komen via istio-csr van cert-manager met een Issuer op de PKI van OpenBao onder de tussen-CA van de cel. Per naamruimte weigert een AuthorizationPolicy standaard en staat zij toe op principal uit de dienstbeschrijving, in ontwikkelen en beproeven als dry run; een waypoint komt er alleen op aanvraag. Uitgaand verkeer loopt via een egress-gateway met een ServiceEntry per bestemming, naast de EgressFirewall. Netwerkbeleid voor de onderdelen van het dienstennetwerk staat aan, en Kiali is een console-plug-in met alleen-lezen rechten per team.

Toelichting

Dat routingViaHost werkt op gehoste clusters met virtuele werkers, moet de beproeving vóór de ingebruikname aantonen. Updates gaan InPlace, eerst in de proefgroep. OpenShift Service Mesh 3.4.2 is volledig ondersteund tot 11 januari 2027, zonder verlenging, en ondersteunt gehoste besturing nog niet.

VoorstelRegel#

Na de ingebruikname volgt de update van het dienstennetwerk het ritme van de platformsoftware; de leverancier brengt ongeveer drie versies per jaar uit, zonder verlengde ondersteuning. De besturing wordt op het besturingscluster bijgewerkt en de gedeelde component ter plekke op iedere werker. Omdat die update het verkeer van alle toepassingen op de werker raakt, gaat zij eerst naar de proefgroep, waar de onderbreking van het verkeer wordt gemeten.

Verwijzen hiernaar

Onderwerpen 3